Raak me aan!

‘Blijf doorgaan!’ en dat zei ze heel dwingend! Dus ging ik door met het strelen van haar hand. Mevrouw was stervende en terwijl ik naast haar bed zat, midden in de nacht, herhaalde ze de vraag of het wel goed zou komen met haar. Ze had teveel mensen gekwetst in haar leven, was streng geweest naar anderen en met haar gedrag anderen afgewezen. Het was een statige dame en ze wilde dat ik naast haar zat en haar hand streelde. Dus dat deed ik, terwijl ik luisterde.

De nacht vorderde en mevrouw sliep. Ik liet haar hand los. Ineens was ze weer wakker. ‘Doorgaan!’ zei ze gebiedend. Ik ging weer zitten, pakte haar hand, streelde en ze werd rustig. Ze zuchtte nog één keer en ze stierf. Dat was een bijzonder moment.

In het hospice heb ik gemerkt en geleerd hoe belangrijk aanraken is. Hoeveel waarde sommige mensen hechten aan het vasthouden van een hand, of een streling langs de wang. Sinds ik werk in het verpleeghuis en veel te maken heb met bewoners met dementie, merk ik het ook.

Bij bewoners met dementie staat het gevoel op de voorgrond. Vanuit wat ze voelen, laten ze veel zien en horen. Een mevrouw die onrustig reageert op wat er naast haar aan tafel gebeurt, kan ik geruststellen door mijn hand op haar hand te leggen. Soms komen ze zelf naar je toe. Leggen hun hoofd op je schouder of een arm om je heen: ‘Ik ben zo blij dat jij er bent!’

Je moet er ook voorzichtig mee zijn. Er zijn grenzen aan aanraken. Zowel vanuit je professie zijn er grenzen als vanuit de wens van de bewoners. Sommige bewoners willen niet aangeraakt worden en daar moet je zorgvuldig mee omgaan. De ene zorgverlener raakt een bewoner eerder aan dan de ander. Fysiek contact ervaart iedereen verschillend. Goed om daar bewust van te zijn.

Ooit zag ik een filmpje van een verzorgende die een bewoonster met dementie in een rolstoel vooruit reed. Omdat mevrouw door haar dementie geen besef had dat er iemand achter haar was, was dat angstig. Stel je maar eens voor dat je vooruit gereden wordt en niet beseft dat er iemand is die je stuurt en leidt. Al rijdend lag de hand van de verzorgende op de schouder van de bewoonster. Dat gaf veiligheid. Het sprak de taal uit van: ‘Ik ben er wel, ik ben bij je!’

Sinds kort hebben we in het verpleeghuis waar ik werk de CRDL. Dat is een instrument dat aangeraakt wordt door de bewoner en nog een persoon. Daardoor is er muziek hoorbaar. Als je de ander met je andere hand aanraakt, reageren de geluiden en tonen daarop. Ik ben erg blij met de CRDL. Het maakt onverwachts contact mogelijk met bewoners die diep verzonken zijn in de dementie, maar het raakt ook bewoners die niet goed weten hoe ze zich kunnen uiten. Het tovert een lach op hun gezicht!

Dit weekend liet ik de CRDL uitproberen door een dochter van een bewoonster. Soms zijn de bezoeken aan moeder moeilijk. Waar heb je het over met elkaar, wat kan je doen? Beide handen lagen op de CRDL en de tonen deden hun werk. De hand die de ander streelde.

Ik weet dat we als zorgverleners met veel bezig zijn in de zorg en we zijn druk en hollen wat af. Toch is dit bij deze bewoners en bij zoveel andere doelgroepen, zo waardevol. Een rustpunt voor beiden. ‘Jouw hand, mijn hand en ik raak je voorzichtig aan. Sluit maar je ogen, wordt rustig, wordt kalm.’

De vrouw in het hospice dwong me bijna om haar aan te raken. Veel bewoners met dementie schreeuwen om aangeraakt te worden, maar kunnen dat niet uiten. Bij beiden is het de roep om veiligheid, nabijheid en contact. Een roep om gezien te worden en gehoord. De roep op sommige momenten: ‘Raak me aan!’

Voor info over de CRDL: https://crdlt.com/ of filmpjes: https://vimeo.com/crdl

In de wei!

‘Ga je met me mee in de wei?’ en dat vroeg ze zo oprecht aan mij.

Even ervoor was ze boos op me. Ze wilde niet. Ik kon hoog en laag springen, maar ze wilde niet aangekleed worden. Ze bleef staan en haar ogen dwongen me om niet verder aan te dringen. Dus paste ik mijn schema aan en keek bij iemand anders achter de deur. ‘Kan ik u helpen?’ en ze zat al op het bed, alsof ze me had opgewacht.

‘Ga je met me mee in de wei?’

Ach, waar zijn jouw gedachten, op deze vroege morgen. Wat heb je gedroomd? Waar dacht je aan toen ik je achterliet op je kamer? Hier liet om de rust weer terug te krijgen, om de lach weer te zien op je gezicht.

Wat je ook bedoelde met de ‘wei’, ik moet eerlijk toegeven dat ik het geen slecht idee vind. Wat is het soms aanlokkelijk om de boel maar de boel te laten en de sloot over te springen, de wei in. Gewoon maar te rennen, de wind in je rug en de zon op je gezicht. Om het maar te laten gaan. Gewoon vrij te zijn!

Zou je dat willen? Zou je dat beklemmende gevoel herkennen en gewoon eens willen rennen? Ongedwongen en ontspannen. Alle hekken negerend. Ongeremd de grond aanraken met je blote voeten, kriebelend gras tussen je tenen. De vlinders volgen en bij de horizon pas tot rust komen. Je ogen sluiten. De geur van bloemen opsnuiven en luisteren naar het gezang van vogels.

Misschien draaf ik nu door.

Dartelen, huppelen, rennen. Wanneer deed jij dat voor het laatst?

‘Ga je met me mee in de wei?’

‘Ja, ik ga met je mee!’ en dat vindt ze fijn. ‘Zullen we dan wel iets warms aantrekken? Anders is het zo koud in de wei.’

Aangekleed en wel zit ze even later aan tafel, het ontbijt staat voor haar en een kopje thee. De wei verdwijnt weer naar de achtergrond. Het was even een uitstapje van haar in haar gedachten en ik mocht mee.

In de wei.

Kijk eens!

‘Koude handen, warme liefde’ het is één van de uitdrukkingen die in mijn hoofd gebeiteld zit. Als ik de uitdrukking hoor, zie ik meteen de bewoner erbij die dit altijd zegt. Zo heb ik al heel wat zinnen in mijn hoofd, die voorheen onbekend voor me waren, maar die ik nu zo meedreun.

‘Kijk eens naar de poppetjes van mijn ogen, kijk eens naar het kuiltje in mijn kin’ we zingen het luidkeels mee. Dat ik protestants ben, maakt het wat makkelijker om ook de christelijke liederen mee te zingen. ‘Er ruist langs de wolken…’ ik zing het samen met mevrouw en ze heeft tranen in haar ogen staan. ‘Mooi he?’ zeg ik en ze knikt. Rode blosjes op haar wangen.

Op muzikaal gebied heb ik inmiddels al heel wat bijgeleerd en associaties opgebouwd. Zo schreef ik al eens een blog over Andre Rieu. Hoe mooi de muziek ook is, maar bij het horen ervan ben ik meteen in de huiskamer van de woning waar ik werk. Ik zie de gezichten van de bewoners. Sommigen in zichzelf gekeerd en anderen wiegen mee op de muziek. Ze genieten.

Naast muziek, hoor ik ook verhalen. Bewoners kunnen smakelijk vertellen over wat ze vroeger kookten en vooral hoe. Toen ik ooit baklever moest bakken en dat nog nooit eerder gedaan had, zocht ik niet op internet, maar vroeg het aan een bewoonster. Haar gezicht begon te stralen, want baklever lustte ze heel graag. Toen ik plakken wilde snijden, wees ze me streng terecht. ‘Veel te dik!’ en dus sneed ik ze dunner.

Bewoners komen met verhalen. Vanuit hun wereld en hun verleden. Het kost even moeite om dat verhaal naar boven te krijgen, maar ik luister er graag naar. Of het om het werk van manufacturier of bakker gaat, de eerste liefde of om de vakanties in de Alpen. Het is mooi om die beelden te vangen en de mens achter de dementie te zien.

Het mooiste daaraan is dat de bewoner zelf er zo van gaat stralen. Zo vertelde een bewoner ooit vol passie hoe het werk in de slagerij was. Waar de andere bewoners bijna vol walging haar aanstaarden, deed zij voor hoe ze een varken ving. ‘Ik pakte ze zo bij het staartje beet…..’ en ze lachte er luidkeels bij. Ze was weer even terug in de slagerij en het gaf haar zoveel voldoening en blijdschap.

‘Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen….’ ik weet bij wie dat een glimlach op het gezicht kan toveren en bij wie de arm even omhoog gaat om mee te dirigeren. Dat leer je niet in je opleiding, maar dat leer je door te luisteren naar je bewoners en zelfs in het zwijgen de twinkeling te zien.

Een geur, een herinnering

Zo rond de sinterklaastijd draaide er op tv een reclamespotje van een drogist. Een oudere vrouw krijgt een cadeautje. Het is een stukje lavendelzeep en als ze de geur opsnuift, is ze terug op vakantie. Ze ziet de dieppaarse velden voor zich met lange rijen bloeiende lavendel. Het is een mooie herinnering.

Dat doen geuren. Ik schreef er al eerder over in de blog ‘Koperpoets en bijenwas.’ Ik herken dat bij mezelf, maar ervaar het ook in de zorg die we geven. Juist bij bewoners met dementie, kan je met geuren prikkelen. De groentesoep die pruttelt, het stoofvlees in de pan, de koffie in de kan.

Geuren kunnen ook negatief werken. Soms wordt er gemalen koffie op een schoteltje gelegd om nare geuren in de kamer van een bewoner, die terminaal is, te maskeren. Goedbedoeld uiteraard, want het is meestal vanwege de wakende naasten dat dit wordt gedaan. Daardoor denkt menig naaste na die tijd bij de geur van koffie terug aan dat moment, het moment van waken. Dan zijn ze weer even terug aan het sterfbed, terug in dat kamertje.

Geuren halen herinneringen naar boven. Ze kunnen te overheersend zijn, ze kunnen nare gedachten naar boven halen, maar ook een glimlach toveren op iemands gezicht. Diep inhalerend geuren opsnuiven, om de prettige herinnering vast te houden. Al is het maar voor even.

Wat is er mooier dan dat je juist die kleine herinneringen en die associaties bij bewoners met dementie naar boven haalt. Dat kan op heel veel manieren. Door het praten over onderwerpen die passen in hun beleving en ervaringen. Door het bekijken van een fotoboek of platen in een tijdschrift of door het luisteren naar muziek. Het kan ook door het delen van geuren. Subtiel, op een manier dat de ander even de ogen sluit en zich terug waant op een plek waar hij of zij nog amper het bestaan van wist. Verdwenen flarden in de tijd, tot leven gewekt.

Dan moet je wel je bewoner kennen. Dat kost tijd en moeite, maar je krijgt er ook wat voor terug. Een glimlach of een mooi verhaal.

De genoemde reclame beeldt dat zo mooi en treffend uit. Een geur, een herinnering.

Herken je dat?

Zing maar voor mij!

Wat een gezellige spanning was er, de ochtend dat Sinterklaas met zijn pieten op de groep zou komen. Elk jaar is dat weer een gezellige bende. Soms moet dat kunnen, ook bij mensen met dementie.

Met extra inzet hadden we de bewoners om half tien in de woonkamer zitten. De ballen voor de soep waren gedraaid, de soep pruttelde al op de kookplaat. Sinterklaas wordt gevierd met familie erbij. Dus zijn er hapjes ingeslagen, soep en broodjes voor tussen de middag.

Sinterklaasje kom je maar binnen….’ ze zingen bijna allemaal mee. Vol verwachting stralen de ogen en het woord ‘verkneukelen’ doet recht aan wat ik bij menig bewoner van het gezicht denk af te lezen.

Sinterklaas op de groep, op een stoel in het middelpunt. Daarom heen zitten wij. Personeel, familie, bewoners zelf. Het tovert een glimlach op de gezichten en ook een beetje spanning. Eén voor één mogen ze bij Sinterklaas komen. Ieder ontvangt een persoonlijk woordje.

Ik zie ze daar zitten. Bewoners van rond de negentig, die als een kind zo blij en met diep respect voor Sinterklaas voor hem zitten. Vol verwachting luisteren en het cadeautje in ontvangst nemen en uitpakken. Zelfs van de bewoner waar je het niet van verwacht, is de glimlach te zien en zie je de schittering in de ogen.

Dat doen herkenbare beelden en plaatjes. Dat raakt aan beleving en gevoel. Het mag dan even hard werken zijn om ze allemaal op tijd uit bed te krijgen en het geeft onrust na de tijd, maar dat neemt niet weg dat deze ochtend, met Sinterklaas, met familie, heel waardevol is.

Het was mooi om te zien hoe iedere bewoner op een eigen manier reageerde. Met een diepe knuffel aan de Sint, maar ook met afwachting en zelfs met een eigen wil en besef dat je niet meer kind bent en ook zelf wel wat te vertellen hebt. Zelfs aan Sinterklaas!

‘U kunt mooi zingen! Zingt u een liedje voor mij?’ vroeg Sinterklaas. ‘Nou’ en ze keek er een tikkeltje uitdagend bij ‘zingt u maar eens een liedje voor mij!’

Dat deed hij en wij zongen gezellig mee.

Voelborden

Afgelopen week hebben we met twee teams voelborden gemaakt voor onze bewoners. (pg, dementie). Gezellig bij ons in huis. Eerst samen gegeten en daarna aan de slag gegaan. Voelborden zijn houten platen waaraan van alles bevestigd wordt, waar onze bewoners aan kunnen voelen! Dat kunnen knopjes zijn, ritssluitingen, zachte stofjes, of kralen. Van alles wat!

voelbord 4 (3)

Het was waardevol om zo samen bezig te zijn. Niet alleen omdat we iets maakten voor onze bewoners. Ook omdat we dit met elkaar deden. Waar de ene collega op de bank de kraaltjes aan het rijgen was, was de ander aan het lijmen, ordenden anderen de spullen op het bord en timmerden weer anderen er op los (sorry buren). Ieder voor zich had spullen verzameld, bij elkaar werd het een mooi geheel.

Tijdens het maken van deze voelborden, kon ik het zelf ook niet laten om zo nu en dan even te voelen. Om het wieltje te laten draaien, het lichtknopje te beroeren en de zachte dweil te strelen.

voelbord 3 (2)

Als ik in een kledingwinkel loop en er hangen donzige truitjes aan het rek, dan moet ik er ook altijd even met mijn hand langs gaan. Zachte vachtjes onder bloempotten bij de bloemist of tuincentrum krijgen altijd een aai van mij.

Vroeger had ik een zachte knuffelhond. Hij ziet er nu echt heel belabberd uit, ik heb hem nog. Hij is nog wel steeds zo lekker zacht. Als ik die hond in mijn hand heb, dan weet ik weer hoe gelukkig ik als kind was met hem. Ik ging echt niet slapen zonder die hond. Die hond lag bij mijn hoofd. Dan deelde ik mijn verhalen, wat ik had meegemaakt. Of ik vertelde hem verhalen die ik zelf had bedacht. Hij luisterde altijd. Hij ving mijn tranen op in zijn vacht als ik moest huilen en ik hield hem stevig tegen me aan als ik bang was. Mijn knuffelhond, ik kon niet zonder hem. Hij was gewoon zo superzacht.

Dat is hopelijk het effect van onze voelborden. Dat we bewoners uitdagen om knopjes in te drukken, stekkers in een stopcontact te steken, wieltjes rond de laten draaien, te voelen aan de gele huishoudhandschoenen. Dat ze in hun onderbuik geraakt worden. Herinnerd worden aan beelden, aan verhalen, aan momenten. Getroost worden in de wirwar aan emoties doordat ze de zachtheid voelen van een stukje stof. Streling van je gevoel. Dat ze herkenning vinden in de spullen, dat ze voelen, dat ze ‘zijn’.

voelbord 1 (2)

Het was ‘toevallig’ dat we dit deden in de week van Zorg en Welzijn. Zorg is welzijn, en welzijn hoort bij zorg. Ik hoop dat de bewoners er gebruik van gaan maken en er iets mee kunnen.

Ik kom er graag naast staan en dan druk ik ook even stiekem de lichtschakelaar in. Nog een keer en nog een keer.

Gewoon omdat het leuk is!

(Geschreven: 16 maart 2019)

Beste André

Beste Andre,

Hoogst ongebruikelijk dat ik een blog naar iemand persoonlijk schrijf. Mijn collega opperde het en ik vond het wel een leuk idee. We hadden namelijk een stagiaire die totaal niet wist wie jij was. Daar waren wij als doorgewinterde Andre Rieu luisteraars uiteraard erg verbaasd over. Wie kent Andre Rieu nou niet?

Niet dat we ooit naar een optreden van jou zijn geweest en ik denk dat ik dat ook niet snel zal gaan doen. Dat is niet lelijk bedoeld. Volgens mij ben je een erg vriendelijke man. Het is alleen zo dat ik iets te vaak naar je muziek luister. Alle liederen van Strauss herken ik uit duizenden en dat allemaal door jouw muziek. Toen deze week het carillon van het gemeentehuis ook een ‘Straussje’ ten gehore bracht, gingen mijn haren rechtovereind staan. Ik had namelijk een vrije dag en muziek van Andre Rieu past daar niet in.

kopje (2)

Andre, op veel momenten ben ik wel heel blij met je. De bewoners van onze afdeling (afdeling voor bewoners met dementie) zijn dol op je optredens. Ze genieten van je vioolspel, van het orkest en de mooie jurken die de dames dragen. Ze zijn elke keer weer verbaasd over de hoeveelheid mensen die er te zien zijn op het Vrijthof en ze manen de anderen tot stilte als ze teveel geluid maken.

De dvd’s van Andre Rieu worden grijs gedraaid hier! We proberen ook wel andere dvd’s, maar niets haalt het bij jouw zwierige en uitgelaten concerten. Het is een feest op zich en onze bewoners genieten daarvan mee. Hoewel ik buiten mijn werk om geen ‘Andre Rieu’ kan horen, ben ik blij met je muziek. In plaats van te mopperen, zou een ‘dank je wel’ dus wel op zijn plaats zijn.

Jouw muziek brengt heel vaak rust in de groep van bewoners, daar waar het soms ook heel onrustig kan zijn. Dat momentje van rust, van met elkaar kijken en luisteren achter een kopje thee of koffie, dat zijn genietmomentjes. Ook voor ons als zorgverleners.

Ik vroeg het me af of je dat weet?

Ik zie op tv de pleinen vol staan met mensen die naar jou luisteren. Fans. Weet je wel dat er een grote groep mensen is die ook fan van je zijn? Ze kopen geen kaartje voor een optreden, ze staan niet op dat plein. Als je op de groep een kop koffie zou komen drinken (altijd welkom), herkennen ze je waarschijnlijk niet.

En toch…

Ik denk, ik weet wel zeker, dat jouw grootste fans onze bewoners zijn!

(Deze brief schreef ik 25 januari 2019 aan André Rieu. Onze bewoners zijn echt fan van zijn muziek).

Koperpoets en bijenwas

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ zei ze en ze lachte. We hadden oude gebruiksvoorwerpen op tafel liggen, ik poetste koper en de buffetkast was ingewreven met bijenwas. De bewoners op mijn groep genoten er zichtbaar van. De functie van diverse voorwerpen werd me fijntjes uitgelegd. Het petroleumstel, de oude naaimachine, de stoof en de koffiemolen. Het toverde een glimlach op de gezichten.

De bijenwas deed denken aan vroeger en de sterke geur van de koperpoets haalde herinneringen naar boven. ‘Nu denk ik aan mijn moeder, die deed dat ook. Dan moest ik helpen in de winkel. Want kijk, mijn vader had een manufacturenwinkel….’ Zo kwamen verhalen tot leven, flarden verleden door geur naar boven gehaald.

Dat doen geuren. Als ik boenwas ruik, ben ik ook terug in het grote huis waar ik ben opgegroeid. Als de tafels en kasten waren ingewreven, een doekje met bruine vlekken in een rood mandje. Ik ben op Ameland als ik rozenbottels ruik. Die groeiden volop langs de weg waar ons vakantiehuisje stond. Het weggetje waar ik leerde fietsen. Zeelucht, lavendelgeur, de geur van gemaaid gras, het roept beelden op. Een foto in mijn hoofd, een mooie gedachte en soms ook iets waar ik liever niet aan herinnerd word.

Geuren roepen beelden op en beelden vormen verhalen. In de zorg verspreiden we ook wel eens zo’n geurtje rond. Alsof het enkel werkdruk is, onnodig schrijfwerk, protocollen en lijstjes. Alsof we niet toekomen aan waar het in de zorg eigenlijk om draait. Dat stukje aandacht en zorg. Hard werken is het zeker en soms is het hectisch en wordt er veel van je gevraagd. Soms moet je ook het een en ander loslaten en het gewoon even anders doen.

Dus pakten wij vandaag de poetsspullen. ‘Dat heb ik jou nou nog nooit zien doen’ zei een bewoonster iets te bijdehand. Alsof ze doorhad dat ik gele rubberen handschoenen niet wekelijks draag en poetsen zeker niet mijn hobby is. Ze keek keurend hoe ik de boenwas over de kast wreef. Ik kreeg geen commentaar. We hadden een gezellig uurtje onder het genot van een kop koffie. Het geurtje op onze afdeling, was een geur vol nostalgie.

20180323_203728

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ ze zei het zo spontaan en blij. Dat geurtje van de zorg, die mooie momenten van aandacht en contact, is de geur die zoveel fijner ruikt dan al die geuren van gemopper en geklaag. De geur van een glimlach die ineens verschijnt, van rust en oogcontact is een geur dat ik prettig vind om op te snuiven.

Koperpoets en bijenwas. Onze afdeling rook er helemaal naar.

Mooi moment vandaag!

(Geschreven: 23 maart 2018. In vind dit zo leuk om te doen!)