Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Zing maar voor mij!

Wat een gezellige spanning was er, de ochtend dat Sinterklaas met zijn pieten op de groep zou komen. Elk jaar is dat weer een gezellige bende. Soms moet dat kunnen, ook bij mensen met dementie.

Met extra inzet hadden we de bewoners om half tien in de woonkamer zitten. De ballen voor de soep waren gedraaid, de soep pruttelde al op de kookplaat. Sinterklaas wordt gevierd met familie erbij. Dus zijn er hapjes ingeslagen, soep en broodjes voor tussen de middag.

Sinterklaasje kom je maar binnen….’ ze zingen bijna allemaal mee. Vol verwachting stralen de ogen en het woord ‘verkneukelen’ doet recht aan wat ik bij menig bewoner van het gezicht denk af te lezen.

Sinterklaas op de groep, op een stoel in het middelpunt. Daarom heen zitten wij. Personeel, familie, bewoners zelf. Het tovert een glimlach op de gezichten en ook een beetje spanning. Eén voor één mogen ze bij Sinterklaas komen. Ieder ontvangt een persoonlijk woordje.

Ik zie ze daar zitten. Bewoners van rond de negentig, die als een kind zo blij en met diep respect voor Sinterklaas voor hem zitten. Vol verwachting luisteren en het cadeautje in ontvangst nemen en uitpakken. Zelfs van de bewoner waar je het niet van verwacht, is de glimlach te zien en zie je de schittering in de ogen.

Dat doen herkenbare beelden en plaatjes. Dat raakt aan beleving en gevoel. Het mag dan even hard werken zijn om ze allemaal op tijd uit bed te krijgen en het geeft onrust na de tijd, maar dat neemt niet weg dat deze ochtend, met Sinterklaas, met familie, heel waardevol is.

Het was mooi om te zien hoe iedere bewoner op een eigen manier reageerde. Met een diepe knuffel aan de Sint, maar ook met afwachting en zelfs met een eigen wil en besef dat je niet meer kind bent en ook zelf wel wat te vertellen hebt. Zelfs aan Sinterklaas!

‘U kunt mooi zingen! Zingt u een liedje voor mij?’ vroeg Sinterklaas. ‘Nou’ en ze keek er een tikkeltje uitdagend bij ‘zingt u maar eens een liedje voor mij!’

Dat deed hij en wij zongen gezellig mee.

Mooi moment

Kleuren binnen de lijntjes, zij kan het. Ik kijk er met bewondering naar. De rust in haar hand, de concentratie op het blad voor haar. Een bloem wordt met veel zorgzaamheid rood gekleurd. Gerimpelde hand, op leeftijd. Mooi moment.

Soms wil je momenten pakken en vasthouden. Soms is dat er ineens.

kleuren 2 (2)

Zaterdag had ik een vroege dienst. We zaten met de bewoners aan de koffie. De tijdschriften op tafel, een muziekje op de achtergrond. Het stoofvlees voor het avondeten pruttelde op de kookplaat. Geur van kaneel, kruidnagel en ui omringde ons. Knus en huiselijk.

Ik pakte de kleurpotloden en legde ze op tafel. De bewoners keken me kritisch aan. Kleuren? Onverstoorbaar scheurde ik kleurplaten uit ‘het kleurboek voor volwassenen’ uit en legde ze voor ze neer. Niet veel later hadden drie bewoners een kleurpotlood in de hand en kleurden ze. Rimpelige handen omsloten een potlood en kleurden in stilte. Waar dachten ze aan?

Soms wil je momenten pakken en vasthouden. Soms is dat er ineens.

pan (2)

Ik zie haar ringen, als een dierbare herinnering aan wat soms verdwenen is. Vergeten is. Dan ineens is het er weer en kan ze vertellen over haar leven. Haar jeugd, haar man, haar vader. Papa’s meisje, prinsesje. Een glimlach verschijnt en de vrolijkheid in haar ogen is terug. Dromerig, lachend kijkt ze voor zich uit. Waar denkt ze aan?

Zij kleurt binnen de lijntjes, waar ik vaak de randen over ga. Ik mis het geduld, maar zij neemt de tijd. Het raakte me ineens om ‘mijn’ bewoners zo te zien zitten.  Waar de één toch was gaan kleuren, zat de ander met gesloten ogen te genieten van de muziek. Weer een ander gaf duidelijk aan gewoon te willen zitten. Met de koffie naast zich en het koekje in de hand.

Soms wil je momenten pakken en vasthouden. Soms is dat er ineens. Soms glijdt het weg, glipt het tussen je handen weg. Flarden van het leven, onthecht en uiteengevallen. Buiten de lijntjes van de werkelijkheid. Wat maakt je boos en wat verdrietig? Hoe kan ik vatten wat jij zeggen wil?

kleuren 1 (3)

In de geur van stoofvlees zit het niet, maar het brengt me terug in een gevoel. Ogen dicht en ik sta bij oma aan het fornuis, draadjesvlees. Zou ze dat ook zo voelen? In haar hand die zo ijverig  bezig is en haar stem die moppert over de kwaliteit van de potloden. Ik vang het op. Dat is zo bijzonder, dat raakt aan wat ik bedoel. Mooi mens, uniek! Ook als beelden vervagen en een ring enkel weerspiegelt de herinnering die er niet meer is.

Soms wil je momenten pakken en vasthouden.

(Geschreven: 25 november 2019)

‘Waarom slaap je niet?’

‘Waarom slaap je niet? Waarom dwaal je over de gangen? Wat gaat er in je hoofd om? Zoek de warmte van de dekens en sluit je ogen. Droom mooie dromen, rust uit. Waarom slaap je niet?’

Ze sluit een seconde haar ogen, haar hand glijdt langs mijn uniform en ze knijpt de stof bijna fijn. Ze kijkt me aan en praat over iets wat ik niet kan verstaan. In de stilte van de nacht, zittend op haar bed. Ik streel haar voorhoofd, zeg dat ze slapen mag.

gang (2)

‘Waarom slaap je niet? Waarom sta je wéér op de gang en trek je aan de gordijnen? Waarom staar je in het duister? Wat wil je vinden, waar zoek je naar? Kom maar mee, pak maar mijn hand. Je mag naar bed. Ga maar slapen, droom mooie dromen, rust maar uit.’

Ze gaat gewillig mee en gaat zelfs liggen in bed. Ik trek de dekens tot onder haar kin. Als ze ligt, gaapt ze. ‘Zie je wel, ze is wel moe’ en weer streel ik haar voorhoofd. Rondjes, rondjes, steeds maar weer. Zoals ik ooit mijn kinderen streelde als het hoofd vol was met kindergedachten en angstige dromen. ‘Ga maar slapen, ik ben wel bij je, wees maar niet bang.’

‘Waarom kom je nu weer overeind als ik deur nog niet eens gesloten heb? Waarom ga je niet slapen? Kom, sluit maar je ogen. Droom mooie dromen, rust uit. Laat de vragen liggen tot morgen, open je ogen als de vogels de ochtend welkom heten. Slaap maar, ga maar slapen.’

Ze slaapt. Ze slaapt totdat het ochtend wordt.

bed (2)

Ik lig in bed. In mijn slaapkamer is het inmiddels licht. Ik hoor de stemmen van de buurmeisjes. Ik hoor de regen tikken tegen het raam. Waarom kan ik niet slapen? Ik heb de hele nacht gewerkt. Ik ben moe, ik wil mooie dromen dromen, uitrusten.

Meestal slaap ik meteen na een nachtdienst, maar nu ineens niet. Ik zie de agenda in mijn hoofd, in gedachten ga ik alles na wat ik nog moet doen. Boodschappenlijstjes schrijf ik uit, de opzet van mijn verslag voor de studie begint in mijn gedachten vorm te krijgen. Ik zie gezichten voor me van mensen die ik nodig eens moet bellen en ik moet niet vergeten dat ik…..en zo slaap ik dus niet.

Waar is de hand die rondjes wrijft over mijn voorhoofd? De stem die zegt: ‘Ga maar slapen, droom mooie dromen, rust uit en leg neer waar je mee bezig bent.’

Ik begrijp ineens haar onrust, waarom zij niet slapen kan. Als nachtdienst wil je iedereen lekker laten slapen. Dwalende bewoners begeleid je terug naar bed. ‘Ga maar slapen, droom mooie dromen, totdat het morgen is.’

Maar soms, soms lukt dat niet.

Ik stap uit bed. Slapen doe ik wel op een ander moment.

(Geschreven: 5 november 2019)

‘Zuster Klivia, Livia…’

‘Wij zijn familie van elkaar’ haar ogen stralen als ze dit tegen me zegt. Ik ontmoet haar in de gang, als mijn late dienst begint. Het is het eerste dat ze tegen me zegt. ‘Zijn wij familie?’ vraag ik haar. ‘Ja, wij zijn ver familie van elkaar’ en ze kijkt er heel gelukkig bij. Dat vind ik dan wel fijn. Ik laat het verder rusten.

De week daarna zijn Iris en Marin vrij van school. Een hele dag en ik heb een vroege dienst. Daar had ik natuurlijk weer geen rekening mee gehouden. Marin vindt het wel leuk om ’s middags bij mij op de groep te komen. Eerst wat onwennig, maar uiteindelijk helpt ze mee met de koffie of gaat ze in een hoekje zitten lezen. Deze middag helpt ze mee bij de bingo. Ze helpt een mevrouw met het zoeken van de getallen.

uniform (3)

Als ze op de groep komt, vertel ik de bewoners dat dit mijn dochter is. Dat is interessant en alle hoofden draaien zich naar haar toe. ‘Oh dan is dat mijn achternichtje!’ zegt mevrouw enthousiast en ze kijkt me wederom heel gelukkig aan. Nu herinner ik me ineens weer dat ze laatst zo blij was dat we familie van elkaar bleken te zijn. Ik ben nu wel benieuwd waar ze dat ineens vandaan haalt.

Weer een week later vraagt ze hoe ik ook alweer heet. ‘Amelia, Livia, Klivia…’ somt ze op. ‘Ik heet Lydia, maar Klivia is ook prima hoor’ zeg ik lachend. ‘Mijn moeder noemt me ook wel eens zuster Klivia’ voeg ik er aan toe. De hele dag luisterde ik dus braaf naar de naam ‘Klivia’. Dat had ze goed onthouden.

Als deze week de dochter op bezoek komt, wil ik toch eens vragen waarom mevrouw denkt dat ik familie ben. Nieuwsgierig als ik ben, dat snap je. Dochter begrijpt het wel. Moeder heeft een achterkleindochter, haar kleindochter, die Livia heet. Toen zij geboren werd en ze aan haar moeder vertelde wat de naam was, had ze meteen gezegd: ‘zo heet een zuster ook!’ Ze had de namen door elkaar gehaald, Lydia en Livia. Daarmee was ik als naam verbonden aan die van haar telg en vandaar dat ik bijna een plekje kreeg in de stamboom.

stamboom

Gisteravond zaten we aan de koffie met de bewoners. Mevrouw zat tegenover me. ‘Lydia heet jij’ zei ze terwijl ze me in de ogen keek. ‘Livia, Lydia…’ ze was het voor zichzelf aan het herhalen. ‘We waren bijna familie he?’ zei ik tegen haar. ‘Bijna wel!’ antwoordde ze met een twinkeling in haar ogen. ‘Nou, je zult er maar zo één in je familie hebben’ zei ze plagend en ze keek de andere bewoners veelbetekenend aan. Daar moest ik erg om lachen. ‘Dan was ik vast het zwarte schaapje’ flapte ik eruit. ‘Oh nee’, zei ze ineens heel serieus ‘dat zeker niet!’

(Geschreven: 3 mei 2019)

Voelborden

Afgelopen week hebben we met twee teams voelborden gemaakt voor onze bewoners. (pg, dementie). Gezellig bij ons in huis. Eerst samen gegeten en daarna aan de slag gegaan. Voelborden zijn houten platen waaraan van alles bevestigd wordt, waar onze bewoners aan kunnen voelen! Dat kunnen knopjes zijn, ritssluitingen, zachte stofjes, of kralen. Van alles wat!

voelbord 4 (3)

Het was waardevol om zo samen bezig te zijn. Niet alleen omdat we iets maakten voor onze bewoners. Ook omdat we dit met elkaar deden. Waar de ene collega op de bank de kraaltjes aan het rijgen was, was de ander aan het lijmen, ordenden anderen de spullen op het bord en timmerden weer anderen er op los (sorry buren). Ieder voor zich had spullen verzameld, bij elkaar werd het een mooi geheel.

Tijdens het maken van deze voelborden, kon ik het zelf ook niet laten om zo nu en dan even te voelen. Om het wieltje te laten draaien, het lichtknopje te beroeren en de zachte dweil te strelen.

voelbord 3 (2)

Als ik in een kledingwinkel loop en er hangen donzige truitjes aan het rek, dan moet ik er ook altijd even met mijn hand langs gaan. Zachte vachtjes onder bloempotten bij de bloemist of tuincentrum krijgen altijd een aai van mij.

Vroeger had ik een zachte knuffelhond. Hij ziet er nu echt heel belabberd uit, ik heb hem nog. Hij is nog wel steeds zo lekker zacht. Als ik die hond in mijn hand heb, dan weet ik weer hoe gelukkig ik als kind was met hem. Ik ging echt niet slapen zonder die hond. Die hond lag bij mijn hoofd. Dan deelde ik mijn verhalen, wat ik had meegemaakt. Of ik vertelde hem verhalen die ik zelf had bedacht. Hij luisterde altijd. Hij ving mijn tranen op in zijn vacht als ik moest huilen en ik hield hem stevig tegen me aan als ik bang was. Mijn knuffelhond, ik kon niet zonder hem. Hij was gewoon zo superzacht.

Dat is hopelijk het effect van onze voelborden. Dat we bewoners uitdagen om knopjes in te drukken, stekkers in een stopcontact te steken, wieltjes rond de laten draaien, te voelen aan de gele huishoudhandschoenen. Dat ze in hun onderbuik geraakt worden. Herinnerd worden aan beelden, aan verhalen, aan momenten. Getroost worden in de wirwar aan emoties doordat ze de zachtheid voelen van een stukje stof. Streling van je gevoel. Dat ze herkenning vinden in de spullen, dat ze voelen, dat ze ‘zijn’.

voelbord 1 (2)

Het was ‘toevallig’ dat we dit deden in de week van Zorg en Welzijn. Zorg is welzijn, en welzijn hoort bij zorg. Ik hoop dat de bewoners er gebruik van gaan maken en er iets mee kunnen.

Ik kom er graag naast staan en dan druk ik ook even stiekem de lichtschakelaar in. Nog een keer en nog een keer.

Gewoon omdat het leuk is!

(Geschreven: 16 maart 2019)

Beste André

Beste Andre,

Hoogst ongebruikelijk dat ik een blog naar iemand persoonlijk schrijf. Mijn collega opperde het en ik vond het wel een leuk idee. We hadden namelijk een stagiaire die totaal niet wist wie jij was. Daar waren wij als doorgewinterde Andre Rieu luisteraars uiteraard erg verbaasd over. Wie kent Andre Rieu nou niet?

Niet dat we ooit naar een optreden van jou zijn geweest en ik denk dat ik dat ook niet snel zal gaan doen. Dat is niet lelijk bedoeld. Volgens mij ben je een erg vriendelijke man. Het is alleen zo dat ik iets te vaak naar je muziek luister. Alle liederen van Strauss herken ik uit duizenden en dat allemaal door jouw muziek. Toen deze week het carillon van het gemeentehuis ook een ‘Straussje’ ten gehore bracht, gingen mijn haren rechtovereind staan. Ik had namelijk een vrije dag en muziek van Andre Rieu past daar niet in.

kopje (2)

Andre, op veel momenten ben ik wel heel blij met je. De bewoners van onze afdeling (afdeling voor bewoners met dementie) zijn dol op je optredens. Ze genieten van je vioolspel, van het orkest en de mooie jurken die de dames dragen. Ze zijn elke keer weer verbaasd over de hoeveelheid mensen die er te zien zijn op het Vrijthof en ze manen de anderen tot stilte als ze teveel geluid maken.

De dvd’s van Andre Rieu worden grijs gedraaid hier! We proberen ook wel andere dvd’s, maar niets haalt het bij jouw zwierige en uitgelaten concerten. Het is een feest op zich en onze bewoners genieten daarvan mee. Hoewel ik buiten mijn werk om geen ‘Andre Rieu’ kan horen, ben ik blij met je muziek. In plaats van te mopperen, zou een ‘dank je wel’ dus wel op zijn plaats zijn.

Jouw muziek brengt heel vaak rust in de groep van bewoners, daar waar het soms ook heel onrustig kan zijn. Dat momentje van rust, van met elkaar kijken en luisteren achter een kopje thee of koffie, dat zijn genietmomentjes. Ook voor ons als zorgverleners.

Ik vroeg het me af of je dat weet?

Ik zie op tv de pleinen vol staan met mensen die naar jou luisteren. Fans. Weet je wel dat er een grote groep mensen is die ook fan van je zijn? Ze kopen geen kaartje voor een optreden, ze staan niet op dat plein. Als je op de groep een kop koffie zou komen drinken (altijd welkom), herkennen ze je waarschijnlijk niet.

En toch…

Ik denk, ik weet wel zeker, dat jouw grootste fans onze bewoners zijn!

(Deze brief schreef ik 25 januari 2019 aan André Rieu. Onze bewoners zijn echt fan van zijn muziek).

Koperpoets en bijenwas

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ zei ze en ze lachte. We hadden oude gebruiksvoorwerpen op tafel liggen, ik poetste koper en de buffetkast was ingewreven met bijenwas. De bewoners op mijn groep genoten er zichtbaar van. De functie van diverse voorwerpen werd me fijntjes uitgelegd. Het petroleumstel, de oude naaimachine, de stoof en de koffiemolen. Het toverde een glimlach op de gezichten.

De bijenwas deed denken aan vroeger en de sterke geur van de koperpoets haalde herinneringen naar boven. ‘Nu denk ik aan mijn moeder, die deed dat ook. Dan moest ik helpen in de winkel. Want kijk, mijn vader had een manufacturenwinkel….’ Zo kwamen verhalen tot leven, flarden verleden door geur naar boven gehaald.

Dat doen geuren. Als ik boenwas ruik, ben ik ook terug in het grote huis waar ik ben opgegroeid. Als de tafels en kasten waren ingewreven, een doekje met bruine vlekken in een rood mandje. Ik ben op Ameland als ik rozenbottels ruik. Die groeiden volop langs de weg waar ons vakantiehuisje stond. Het weggetje waar ik leerde fietsen. Zeelucht, lavendelgeur, de geur van gemaaid gras, het roept beelden op. Een foto in mijn hoofd, een mooie gedachte en soms ook iets waar ik liever niet aan herinnerd word.

Geuren roepen beelden op en beelden vormen verhalen. In de zorg verspreiden we ook wel eens zo’n geurtje rond. Alsof het enkel werkdruk is, onnodig schrijfwerk, protocollen en lijstjes. Alsof we niet toekomen aan waar het in de zorg eigenlijk om draait. Dat stukje aandacht en zorg. Hard werken is het zeker en soms is het hectisch en wordt er veel van je gevraagd. Soms moet je ook het een en ander loslaten en het gewoon even anders doen.

Dus pakten wij vandaag de poetsspullen. ‘Dat heb ik jou nou nog nooit zien doen’ zei een bewoonster iets te bijdehand. Alsof ze doorhad dat ik gele rubberen handschoenen niet wekelijks draag en poetsen zeker niet mijn hobby is. Ze keek keurend hoe ik de boenwas over de kast wreef. Ik kreeg geen commentaar. We hadden een gezellig uurtje onder het genot van een kop koffie. Het geurtje op onze afdeling, was een geur vol nostalgie.

20180323_203728

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ ze zei het zo spontaan en blij. Dat geurtje van de zorg, die mooie momenten van aandacht en contact, is de geur die zoveel fijner ruikt dan al die geuren van gemopper en geklaag. De geur van een glimlach die ineens verschijnt, van rust en oogcontact is een geur dat ik prettig vind om op te snuiven.

Koperpoets en bijenwas. Onze afdeling rook er helemaal naar.

Mooi moment vandaag!

(Geschreven: 23 maart 2018. In vind dit zo leuk om te doen!)

Verdwaald

Aan de arm van een buurtbewoner kwam ze onze zorginstelling binnen. Mevrouw was wat verward en ze wilde de drukke weg oversteken. Omdat buurtbewoner het niet vertrouwde nam ze haar mee naar ons. Mevrouw woonde hier echter niet. We hebben haar een kop koffie gegeven. Terwijl een collega probeerde iets meer van mevrouw te weten te komen, belde ik de politie.

Mevrouw was heel vriendelijk en ze vond het maar wat fijn dat ze nu lekker warm bij ons zat. Na een tijdje kwamen er twee agenten binnen. Waar wij al pratend iets meer over mevrouw wisten, haalde meneer agent met een druk op de knop haar adres naar boven. ‘Tja mevrouw’ zei de andere agent ‘u moet natuurlijk wel altijd uw identiteitsbewijs bij u hebben!’ Vol verbazing keek ik deze agent aan. Het was toch overduidelijk dat deze mevrouw daar niet aan had gedacht toen ze op stap was gegaan. Het was al dieptriest dat mevrouw zo verward en gehuld in haar verleden, zo’n eind had gelopen. Zoekende de weg, verdwaald geraakt. Natuurlijk had deze agent wel gelijk, maar het was zo misplaatst in deze situatie.

img_0389

Zo gaan wij als mensen ook vaak met elkaar om. Onbewust. Zoveel mensen zijn verdwaald in hun gevoelens, hun zorgen en verdriet. Verdwaald in relaties, in geloof en vertrouwen en in hoop op een betere toekomst. Dan wijzen we de weg met de geijkte teksten en bieden we troost door vooral het positieve aan te raken. ‘Tel je zegeningen…’ wordt vaak gezegd, terwijl je al tellende juist de grenzen had bereikt.

Als jij verward bent en gevangen zit in je verdriet en angst, is de hand op je schouder een steun in de rug. Is het fijn als er iemand is die je aanspreekt en je vraagt of je hulp nodig hebt. Is het soms alleen maar nodig dat er koffie wordt gezet en je de warmte mag voelen van aandacht en een luisterend oor. In een gebroken wereld ligt er geregeld wat aan scherven.  Daar mag je als medemens voorzichtig mee omgaan. Gevouwen handen omsluiten de pijn, opgeheven vingers benadrukken de scherpe randen.

Deze mevrouw mocht met de agenten mee. Zij brachten haar weer thuis. Ze keek eerst wel angstig. Hoezo meegaan met twee agenten? Ik liep met haar mee tot aan de auto. Zo aan mijn arm durfde ze wel.

Je hoeft als medemens soms alleen maar iemand aan de arm mee te nemen. Gewoon even naast iemand zitten en staan. Luisteren zonder oordeel. Een klein beetje warmte in een web vol verwarring.

Naast wie sta jij vandaag?

(Geschreven: 16 november 2016 nadat een mevrouw verdwaald was en het verpleeghuis binnenwandelde.)

Dwaalbos

Ze stonden beiden klaar bij de deur, de jas aan, van plan om te gaan wandelen. De zon scheen immers. Het grote probleem was alleen de gesloten deur. Bewoners van mijn groep, kunnen niet zelfstandig van de afdeling af. Dat is frustrerend, zelfs een heel groot balkon helpt niet altijd om ze af te leiden. Nou ja, vaak wel. Tijdschriften, een kop thee en zelfs aardappelen schillen doet wonderen.

‘Zou jij toch ook niet leuk vinden’ zei de ene tegen mij, terwijl ze haar jas maar uitdeed. Nee zou ik ook niet leuk vinden.  Ik legde haar uit dat ze anders misschien de weg zou kwijt raken. ‘Ik verdwaal echt niet…..’ Daar kauwde ik over na.

IMG_5764 (2)

Wat zou het mooi zijn als instellingen standaard een grote tuin hebben, waar je gewoon kan wandelen. Waar je ongestoord kan genieten van geuren en kleuren, waar je kan wroeten in de aarde als je daar zin in hebt. Een dwaalbos, waar je al dwalend niet kan verdwalen en toch buiten bent. Wie wil dat niet?

Ik wel. Als ik voel dat ik klem zit tussen afspraken en verplichtingen, als ik zoveel meer wil en dat niet lukt. Gewoon even ronddwalen. Mijn mijmeringen aan de bomen toevertrouwen en zeker weten dat het bij hen wél veilig is. Zo opgaan in de kleuren dat ik tijd vergeet, de vragen en de onrust even kan achterlaten. Op adem komen. Zonder afspraak, op ieder moment. Dwalen zonder te verdwalen, want dat kan in het dwaalbos dat ik voor ogen heb.

Dus niet alleen dat Houten huisje aan zee, nu ook nog een dwaalbos. Misschien toch tijd om mijn dromen in de kast te leggen. Misschien schiet ik teveel door. Dus maar weer terug naar de realiteit. Realiteit van alledaagse dingen, waar je op je eigen manier je plekje hebt. Een plekje in het hier en nu.

‘Zou jij toch ook niet leuk vinden?’ ze keek me ietwat verwijtend aan. Ik keek haar aan en kon alleen maar toegeven dat ze gelijk had. Ik kan overal dwalen, als ik mezelf de rust maar zou gunnen. Zo’n dwaalbos heb ik daarvoor niet nodig. Mijn bewoners, onze bewoners, gun ik het echter zoveel meer!

(Geschreven: 23 mei 2016. Inmiddels zijn de deuren niet meer dicht van de afdelingen en hebben bewoners geen dwaalbos, maar wel meer bewegingsvrijheid)