Lasergamen in het verpleeghuis

Het was superdruk in mijn nachtdienst. Ik heb wat afgedraafd. Ten eerste lag er een bewoner op sterven. Om haar bed stonden vijf familieleden en ze waren erg luidruchtig aanwezig. Naar elkaar, naar de bewoner en vooral ook naar mij. Ze kwamen steeds weer de gang op lopen om al schreeuwend een vraag te stellen. Ik probeerde heel geduldig te blijven, maar ik was druk bezig om een andere bewoner te zoeken die we kwijt waren.

Of dat nog niet genoeg was, werd ik door een collega er op aangesproken dat ik vergeten was de medicatie te delen. Alle bewoners hadden die dag geen medicatie gehad. Dat vond ik onvoorstelbaar. Hoe had ik dat kunnen vergeten? Terwijl ik daarover nadacht bleef de familie vragen stellen, had ik mijn bewoner nog niet terug en stond een andere collega in de gang en weigerde me te helpen. Ze was aan het lasergamen met de overige bewoners. Inderdaad, ze stond daar stoer met haar geweer in de hand en ik maar rondrennen. Die medicatie…

…toen werd ik wakker. Ik mijmerde nog na en voelde me intens schuldig, omdat ik dat vergeten was. Totdat ik me realiseerde dat het allemaal maar een droom was. Gelukkig maar!

Ik schrijf graag over de parels in de zorg, er zijn al genoeg negatieve geluiden over de zorg. Zeker de verpleeghuiszorg wordt soms weergegeven op een manier die ik niet herken in de praktijk. Uiteraard moet je niet de ogen sluiten voor wat anders kan en beter en zijn de tekorten in personeel voelbaar. Dat neemt niet weg dat er veel goed gaat en dat verzorgenden en verpleegkundigen met veel liefde en vanuit hun professie het werk uitvoeren.

Eerlijk is eerlijk, er gaat ook wel eens wat fout. Het blijft mensenwerk. Dat gevoel waarmee ik wakker werd, is een herkenbaar gevoel. Niet zo overdreven dat ik een hele medicatieronde ben vergeten, maar je merkt wel eens dat je tekort bent geschoten. Het overkomt iedereen in de zorg wel eens. Dat is geen fijn gevoel.

Los van grote fouten die gemaakt worden, die niet horen, kan het ook in het klein zijn dat er iets niet goed gaat. Ik denk dat het herkenbaar is dat je een medicatie op de medicatielijst vergeet af te tekenen, dat je een tablet vergeet te geven. Dat is niet goed, maar het gebeurt. Als je nagaat waar dat aan ligt, is het vaak dat je werd afgeleid, of je liet afleiden.

In mijn droom stond er een hele horde familie naar me te schreeuwen en vragen te stellen. Gelukkig is dat in mijn geval niet de realiteit. Je zou soms wel meer willen en meer kunnen doen voor familie. Je probeert de rust en de tijd te hebben om naasten bij te staan, juist bij een sterfbed. Je probeert hartelijk te zijn, gastvrij. Toch, in de drukte van alles waar je aan moet denken, overkomt het je wel eens dat familie dat anders heeft ervaren.

Ja, laten we wel wezen, we zijn ook maar mensen. Je neemt jezelf altijd mee naar het werk. Op een afdeling met bewoners met dementie kom je daarin jezelf tegen. Als jij gespannen en druk bent in je hoofd, voelt een bewoner dat haarfijn aan. Met jouw rust, kan een bewoner ook tot rust komen. Als je daar bewust van bent, loop je soms even een andere kant op, tel je tot tien om vervolgens weer naar de bewoner te gaan die voor de zevende keer dezelfde vragen aan je stelt.

Herkenbaar?

In een scholing over dementie spraken we hierover met elkaar als team. Toen we dat uitspraken naar elkaar, luchtte dat op. Te merken dat je collega’s daar ook wel eens tegenaan lopen, maakte minder onzeker. Het lag ineens open op tafel en het mocht er zijn.

Het is mooi als je in een team werkt waar die veiligheid er is. Als je kan aangeven waar je tegenaan loopt en wat je graag wil leren. Als een collega je kan aanspreken op iets, zonder dat jij je aangevallen of afgewezen voelt. Tegelijk ook ruimte is om elkaars kwaliteiten te herkennen en te benoemen.

Gelukkig was mijn droom maar een droom. Alhoewel….lasergamen met bewoners in de gangen van het verpleeghuis. Wat een leuke activiteit zal dat zijn!

Kijk eens!

‘Koude handen, warme liefde’ het is één van de uitdrukkingen die in mijn hoofd gebeiteld zit. Als ik de uitdrukking hoor, zie ik meteen de bewoner erbij die dit altijd zegt. Zo heb ik al heel wat zinnen in mijn hoofd, die voorheen onbekend voor me waren, maar die ik nu zo meedreun.

‘Kijk eens naar de poppetjes van mijn ogen, kijk eens naar het kuiltje in mijn kin’ we zingen het luidkeels mee. Dat ik protestants ben, maakt het wat makkelijker om ook de christelijke liederen mee te zingen. ‘Er ruist langs de wolken…’ ik zing het samen met mevrouw en ze heeft tranen in haar ogen staan. ‘Mooi he?’ zeg ik en ze knikt. Rode blosjes op haar wangen.

Op muzikaal gebied heb ik inmiddels al heel wat bijgeleerd en associaties opgebouwd. Zo schreef ik al eens een blog over Andre Rieu. Hoe mooi de muziek ook is, maar bij het horen ervan ben ik meteen in de huiskamer van de woning waar ik werk. Ik zie de gezichten van de bewoners. Sommigen in zichzelf gekeerd en anderen wiegen mee op de muziek. Ze genieten.

Naast muziek, hoor ik ook verhalen. Bewoners kunnen smakelijk vertellen over wat ze vroeger kookten en vooral hoe. Toen ik ooit baklever moest bakken en dat nog nooit eerder gedaan had, zocht ik niet op internet, maar vroeg het aan een bewoonster. Haar gezicht begon te stralen, want baklever lustte ze heel graag. Toen ik plakken wilde snijden, wees ze me streng terecht. ‘Veel te dik!’ en dus sneed ik ze dunner.

Bewoners komen met verhalen. Vanuit hun wereld en hun verleden. Het kost even moeite om dat verhaal naar boven te krijgen, maar ik luister er graag naar. Of het om het werk van manufacturier of bakker gaat, de eerste liefde of om de vakanties in de Alpen. Het is mooi om die beelden te vangen en de mens achter de dementie te zien.

Het mooiste daaraan is dat de bewoner zelf er zo van gaat stralen. Zo vertelde een bewoner ooit vol passie hoe het werk in de slagerij was. Waar de andere bewoners bijna vol walging haar aanstaarden, deed zij voor hoe ze een varken ving. ‘Ik pakte ze zo bij het staartje beet…..’ en ze lachte er luidkeels bij. Ze was weer even terug in de slagerij en het gaf haar zoveel voldoening en blijdschap.

‘Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen….’ ik weet bij wie dat een glimlach op het gezicht kan toveren en bij wie de arm even omhoog gaat om mee te dirigeren. Dat leer je niet in je opleiding, maar dat leer je door te luisteren naar je bewoners en zelfs in het zwijgen de twinkeling te zien.

Gek op de zorg!

Je moet wel gek zijn om in de zorg te willen werken. Het is hard werken. Je moet voortdurend extra werken, omdat er tekorten zijn. Je staat er alleen voor, je rent de benen uit je lijf en aan het einde van de maand is je salaris een schijntje vergeleken bij wat andere bedrijfstakken verdienen. De ORT (onregelmatigheidstoeslag) is niets meer vergeleken bij vroeger. Leuk die 4% salarisverhoging, maar het is maar minimaal. Minister Hugo de Jonge moet maar eens een dagje meewerken, maar eens ervaren hoe het er echt aan toegaat. Dan….

…ja wat dan?

Ik ben het gemopper een beetje zat. Ik lees het op Facebook op een forum, als reactie op positieve berichten uit Den Haag, over extra geld, een salarisverhoging. Iedereen heeft commentaar, niemand zegt: ‘dank u wel!’

Ik weet niet of het voldoende is, ik denk dat de tekorten in de zorg ook echt een probleem zijn en ook serieus aangepakt moeten worden. Dat los je niet alleen op met salarisverhoging. Ja, het is hard werken en ook zwaar en je hebt niet altijd voldoende tijd om de zorg te geven die je eigenlijk wel zou willen geven. Maar maken we het werken in de zorg zelf niet onaantrekkelijk door zo te mopperen en te klagen? Je zal wel gek zijn om nog voor de zorg te kiezen, als je al die frustraties leest.

Mijn vak is een mooi vak. Ik mag met mijn hart en mijn handen zorgen voor mensen die heel kwetsbaar zijn. Ik mag met mijn verstand nadenken over hoe we processen beter kunnen laten verlopen, ik mag nadenken over kwaliteit van zorg. Ik mag rust geven aan verwarde bewoners, ik mag de structuur geven als ze dat zelf niet meer kunnen. Ik mag nabijheid bieden door mijn hand op de hand van de ander te leggen, een aai over de wang: ‘Je hoeft niet bang te zijn, ik ben er!’ Ik mag dat laatste stukje zorg bieden als het sterven heel dichtbij komt.

20181010_122324

Mijn vak is mooi en ik ben er trots op dat ik werk in de zorg!

Ik weet niet of mijn salaris en dat van al die collega’s van mij in verhouding staat met wat we daadwerkelijk doen. Ik vermoed van niet, maar ik heb me in al die jaren dat ik werkzaam ben in de zorg er nooit mee bezig gehouden of dat niet wat meer moet zijn. Ik denk misschien wel te vaak: ‘Lekker belangrijk.’ Misschien ben ik wel te makkelijk daarin en zou ik meer van die vechtlust moeten bezitten. De barricades op!!!

Ik ben het gemopper zat en stiekem denk ik wel eens: ‘Ga dan lekker wat anders doen als het alleen maar kommer en kwel is.’

Dat is niet eerlijk van me. Ook tussen de regels van het geklaag en gemopper en de verwijten in, lees ik de woorden van mensen die hart hebben voor de zorg. Die niets liever willen dan tijd en ruimte en aandacht geven aan hun bewoners en cliënten. Die hard rennen en extra diensten draaien om de zorg maar door te laten gaan. Daar wil je ook waardering voor. Soms in salaris, maar misschien wel meer door meer hulp op de afdeling en soms is het gewoon fijn en belangrijk om te horen dat je werk wordt gewaardeerd.

20181010_121737

Gisteravond zat ik aan tafel en was met een medebewoonster aan het boontjes doppen. Ze vertelde dat ze morgen naar huis ging. Ik vroeg door en ze vertelde me over thuis, flarden uit het verleden. Ze dopte niet zo snel, het ging in haar eigen tempo. ‘Het is wel een werkje’ zei ze ‘maar als we het samen doen is het wel heel gezellig.’Gezellig was het zeker. Als ik het alleen had gedaan was het echt sneller gegaan, maar ik nam de tijd. Dat is een beetje ‘mijn barricade’ opgaan. Laat je niet gek maken, wees creatief, neem ook gewoon eens de tijd!

Terwijl ze na afloop haar handen waste zei ze: ‘Ja, ik ga dan wel morgen naar huis, maar ik zal het hier ontzettend missen, ik heb het hier altijd zo goed gehad.’ Dat zijn de momenten, summier en klein, maar al die momenten bij elkaar maken het werk waardevol.

Vliegen, draven, zuchten, tot tien tellen, Zo gaat het vaak in de zorg, ik weet het. Maar kom op…zullen we nog wel trots blijven en zijn op ons vak?

(Geschreven: 10 oktober 2018)

Ik zorg voor jou!

‘Ik zorg voor jou’

Aan het begin van je leven, als je net geboren bent. Mijn handen die je pakken en je aan de borst leggen van je moeder. Ik baad je, ik wieg je als je huilt. Ik zwaai je uit als je in je maxi cosi bij je moeder op schoot het ziekenhuis verlaat. Trotse papa bij je.

Ik zorg voor je als je na een ongeval gewond op straat ligt of hulp nodig hebt na een hartaanval. Ik zorg voor je als je aan het infuus moet. Als je de injectie krijgt waar je zo tegenop ziet, de kuur waar je zo beroerd van wordt. Als jij je niet redden kan, was ik jou. Ik ondersteun je waar ik kan, ik praat met je. Wat hebben we samen soms mooie gesprekken.

20170512_134347

Ik zorg voor je, als je boos bent en bang. Als de wereld zo donker lijkt en de pijn van het verleden nog steeds het heden bepaalt. Dan mag je hier zijn, hier mogen stiltes vallen, mag je even tot jezelf komen. Hier zorg ik voor jou, als het thuis niet langer gaat.

Ik zorg voor je. Als je ouder bent, als de hulp meer wordt. Ik kleed je aan, ik kam je haren in model. Ik zit naast je als je ’s nachts de slaap niet vatten kan en maak een beker melk voor je warm. Als je geheugen flarden worden, als maskers afvallen en zelfs je eigen ik verdwaalt, dan pak ik je hand. En als je stervende bent, ben ik dichtbij. Ik zorg voor jou en je naasten.

Ik zorg voor je. Zoveel mensen die dat door hun vak mogen zeggen en denken. Werken in de zorg, is zorgen voor de ander. In soms hele kwetsbare situaties, op het randje van het leven en de dood. In alle drukte van het werk en negativiteit (het is niet alleen Poep en zo.) die er soms overheen hangt, is het wel een mooi beroep. Het is zorg verlenen en niet afgeremd worden door wie iemand is als persoon. Ras, religie, beroep of geaardheid, dat maakt niet uit. In de zorg is er altijd iemand die voor je klaar staat en laat zien en merken: ‘ik zorg voor jou!’

(Geschreven: 12 mei 2017)

Ik waardeer je

‘Ik waardeer je.’ Met die zin moedigt Actiz de medewerkers in verpleeghuizen vandaag aan. Als hart onder de riem naast alle negatieve geluiden die rond gaan in de actualiteit. Hebben we dat nodig? Nou misschien wel.

De zorg is een mooi vak. Ook de zorg die we bieden in verpleeghuizen. De liefdevolle zorg waar de politiek het graag over heeft, geeft een beetje een Florence Nightingale gevoel. Beetje te teder, gezien de dagelijkse realiteit. Zorgzaam zijn we natuurlijk wel, en een groot geduld is zeker een voordeel.

image

We mogen zorg leveren aan kwetsbare ouderen. Kwetsbaar in hun vermogen om zelfstandig te zijn. Kwetsbaar in hun naaktheid, in de broosheid, in de vergeetachtigheid. Ook kwetsbaar in het onbegrip, het niet begrijpen van de situatie en de omgeving waar ze zich in bevinden. Kwetsbaar in hun boosheid.

Op mijn afdeling met bewoners met dementie besef ik dat des te meer. Toevertrouwd aan jouw zorg, afhankelijk van handen van buitenaf. Dat vraagt om kwalitatief goede zorg, om liefdevolle zorg. Dat is zoveel meer dan alleen het volgen van protocollen, hoe waardevol ze ook zijn. Zoveel meer dan alleen het verschonen, de wisselligging en het omgaan met onbegrepen gedrag.

‘Ik waardeer je’ een mooie zin om vandaag te lezen op social media. Bedoeld voor medewerkers in de verpleeghuiszorg. Bedoeld als compliment, dus ik neem het dankbaar aan. ‘Ik waardeer je’ is ook een zin dat me aan het denken zet.

Kwaliteit en liefdevolle zorg kan niet zonder de waardering voor de ander. Naar de ander kijken en in die persoon een mens van waarde zien. ‘Ik waardeer je’ ook als je ‘mijn’ bewoner bent voor wie ik zorgen mag.

(Geschreven: 19 juli 2016 n.a.v. Actiz die de medewerkers een hart onder riem stak met de zin: ‘Ik waardeer je’)

Werken in de zorg (of bij de bakker)

‘Waarom wil je in de zorg werken?’ vroeg mijn begeleider tijdens een stage. Ik zei meteen:’omdat ik graag met mensen wil omgaan!’ Ik had beter wat langer kunnen nadenken, want mijn begeleider antwoordde direct: ‘ Dan kan je net zo goed bij de bakker achter de toonbank gaan staan.’

Ik heb het altijd onthouden. Het is een vraag geworden die ik zelf ook wel eens stel aan stagiaires. ‘Waarom wil je werken in de zorg?’

Mijn kinderen vragen het zich ook af. Als ze wel eens meegaan naar mijn werk, kijkt het ene kind de ogen uit, de ander vindt het maar vreemd en eng. Bewoners die steeds weer hetzelfde aan je vragen, die je aanraken, die amper kunnen praten, of bewoners die niet begrijpen waarom ze hier zijn. Verhalen over wonden, ontlasting en vage ziekten, zijn ‘not done ‘ volgens de meerderheid hier in huis. ‘Waarom wil jij werken in de zorg?’

Vandaag had ik een vroege dienst. We hielpen een bewoner. Puur afhankelijk van andere handen. Geen besef van tijd, geen lijn in de verhalen, geen mogelijkheid om de stappen zelf te zetten. Samen met een collega verzorgden we haar. ‘Wat moeten ze toch zonder ons?’ zei ze, zonder dat er sprake was van vragen om een schouderklop. Gewoon dat gevoel uitsprekend dat je wel eens overvalt als je de hulpeloosheid aantreft.

‘Zonder ons, moeten de kinderen zorgen’ zei ik. ‘Als die er dan niet zijn?’ vroeg mijn collega, ineens heel serieus. ‘Tja, dan zijn de buren aan de beurt’ zei ik maar. We zorgden samen verder.

Juist in het kwetsbare, wil ik zorgen. Waar lijden is, waar leven broos is en gebroken en waar gedachten vervagen. Waar de vragen zijn, de pijn, de twijfel, de kleinheid zomaar bovenkomt. Dat kan op heel veel manieren en op heel veel gebieden. Ik ben blij dag ik dat vorm mag geven in de zorg….en niet bij de bakker. Hoe leuk dat misschien ook is.

Ik pak haar hand, ik strijk de lakens glad. Het is eigenlijk niet de vraag waarom je wil werken in de zorg. Mijn vraag zou zijn: ‘Waarom niet?’

(Geschreven: 15 maart 2016)

Zinloos werk?

Terwijl ik naast zijn bed zit, kom met vla in mijn hand, overvalt me ineens die vraag: ‘ Is mijn werk zinloos?’

Hij spreekt nog amper, soms een klank, soms een woord. Hij zit soms in zijn rolstoel, maar meestal ligt hij in zijn bed. Wisselligging, eten geven, wassen op bed. Als het kan, gaat hij onder de douche. Daar geniet hij zichtbaar van.

Ik aai zijn wang, ik masseer zijn dunne handen. Smeer een geurtje in zijn hals, dat ruikt lekker. Nu zit ik hier, kom met vla in mijn handen. Elke keer als ik de lepel naar zijn mond breng, gaat zijn mond haast automatisch open.

‘Als ik zo oud moet worden, hoeft het van mij niet meer. Wat voor zin heeft dit?’ een opmerking die je wel eens hoort. Ik hoor ze ook wel eens van bezoek, dat machteloos bij een bed staat. Ergens begrijp ik die opmerking wel, en toch…

Hier ligt iemand met een verleden. Actief betrokken geweest bij zijn gezin en bij zijn werk. Zwart-wit foto’s tonen beelden uit een verleden, waarin het allemaal niet zo wazig was. Beelden van personen die betrokken waren bij elkaar en die niet stilstonden bij een toekomst van flarden van gedachten en staren naar het raam.

Bewoners zijn meer dan wat het hier en nu ons vertelt. Het verleden dat zij zijn vergeten, breng je dagelijks tot leven. Door alledaagse dingen, door het eten en het drinken. Door het geurtje in de hals, door het kammen van het haar. Door muziek en door verhalen. Door het vasthouden van een hand en door het noemen van hun naam.

Doe ik zinloos werk? Ik vroeg het me ineens af. Zo ervaar ik dat niet. Ik wist het antwoord ook eigenlijk wel.

(Geschreven: 19 januari 2016)

Poep en zo

Poep ruikt niet lekker.
Misschien een open deur, maar wil het graag even kwijt. Waarom? Omdat ik het gemopper op de zorg, en met name de verpleeghuiszorg, zo zat ben. Dat in het wilde weg roepen dat bewoners geen maaltijd krijgen, nooit gewassen worden én de hele dag in hun eigen poep liggen.
Dat laatste vind ik onvoorstelbaar. Misstanden in de zorg zijn er. Op veel plekken is te weinig personeel, maar mensen een dag in hun eigen ontlasting laten liggen, dat kan ik me niet voorstellen.

Het raakt me dat mensen dat beeld hebben.
Ik zie mijn collega’s hard werken, met hart voor de zorg voor hun bewoners. We willen niets liever dan dat de bewoners het naar de zin hebben. En dat is een hele uitdaging op een groep met bewoners met dementie. Bewoners die volledig afhankelijk zijn van onze zorg. Waar ze al zoveel van zichzelf kwijt zijn, proberen we iets van eigenwaarde voor hen te behouden. Dat kan door kleine dingen. Je laat ze de was vouwen of de aardappels schillen. Make-up aanbrengen, omdat ze dat gewend waren. Je zorgt ervoor dat ze schone kleren aanhebben, je maakt de nagels schoon. Je verschoont ze als ze onder de ontlasting zitten.

Je zult altijd zien dat je die ene bewoner net met de tillift uit bed hebt gehaald en in de stoel hebt gezet. Eindelijk achter de kop koffie en dan ruik je ineens wat. Toch ga je weer met de tillift aan het werk, van de stoel weer in bed. Natuurlijk krijgt mevrouw een schoon incontinentiebroekje (wij spreken niet van luiers) aan. Natuurlijk!

Zorg is niet alleen verschonen, gelukkig niet. Tussendoor heb je tal van mooie momenten. Vorige week probeerde ik het kunstgebit bij een bewoonster in te doen. Hij zat er niet goed in, zeg maar scheef. Daar moesten we samen om lachen. Na de tweede poging, pakte ze me ineens vast. Voor ik het wist kreeg ik een dikke zoen op mijn wang. Of dat gesprek met de ander, waarin flarden van verleden naar boven worden gebracht. Het compliment voor de gekookte aardappelen en de slabonen. De hand in mijn hand, zomaar.

Zorgen is mooi, als je naast de afhankelijkheid van mensen, dat ook hun gedrag kan bepalen, een mooi mens kan ontdekken. Een uniek mens, met zijn eigen levensverhaal.

Ik kan me niet voorstellen dat er plekken in Nederland zijn waar bewoners die zorg niet krijgen. Waar niet dagelijks een warme maaltijd wordt gegeven, verschoning als dat nodig is, aandacht. Kan dat? Vreselijk! Ik zou er niet kunnen werken. Ik baal en ik schaam me als er weer negatieve geluiden zijn over de zorg. Het doet zo tekort aan het mooie vak dat verplegen en verzorgen is. Een vak waar ik trots op ben!

Zorgen voor mensen is meer dan poep en zo…(wat vaak gezegd wordt) Zorgen doe je met je handen én met je hart. Ga maar eens koffiedrinken bij een verzorgingstehuis of verpleeghuis bij jou in de buurt. Meld je aan als vrijwilliger! Maak een praatje, doe een schaakspel, ga wandelen buiten met een bewoner. Kijk, en kijk je ogen uit!

(Blog geschreven 22 mei 2015. Het was een reactie op alle negatieve geluiden over de zorg in het verpleeghuis. Deze blog is veelvuldig gelezen en riep ook reacties op!)

Dag van de verpleging (overpeinzing in de nacht)

Klamme hand in mijn hand.
Broos lichaam tussen de witte lakens.
Onregelmatige ademhaling, ik merk het op als ik naast je zit.
Lippen vochtig gemaakt met een klein sponsje, drinken gaat niet meer.

Stilte om ons heen.
Donker met een klein licht van de schemerlamp.
Stilte, jouw fronsen en jouw zwijgen.
Wat gaat er door je heen?

Wie ben ik dat ik naast je mag zitten?
Zo dichtbij.
Op de grens van het leven, op het randje van de dood.

Tijd om bij je te zitten,
om er voor je te zijn.
Om er te zijn voor de anderen,
die vragen om een glas water,
even praten, lopen naar het toilet
verzachting van de pijn
ik mag er voor ze zijn

Ik kom bij jou terug
de stoel is vrij naast jouw bed.

Vandaag is het de dag van de verpleging.
zorgmedewerkers worden in het zonnetje gezet
Waar vaak geen tijd meer is, geen ruimte voor aandacht
Wisselligging, verschonen en snel weer door
Wel aandacht en tijd willen geven, maar de bel gaat alweer.

Terwijl ik naast je zit
jouw klamme hand in mijn hand
besef ik des te meer wat een mooie baan dit is.

(Deze blog schreef ik 12 mei 2014. Ik werkte toen nog in het Hospice.)

Rondje om de zorg

Mijn blog over de zorg begin ik, omdat ik trots ben op mijn vak. Op mijn blog die ik al vijf jaar bijhoud, schrijf ik over van alles. Over mijn gezin, geloof, mijn gedachten en dromen. Geregeld schreef ik ook over mijn werk, als verpleegkundige. Over de pareltjes die ik daarin ontdek.

Momenteel werk ik als verpleegkundige in een verpleeghuis. Ik werk vooral op een groep met bewoners met dementie.

In het kwetsbare zie ik zoveel wat waardevol is. Ik geniet van mooie momenten en vorm ze graag om in verhalen.

De zorg staat vaak negatief in het nieuws. Niet alleen de buitenwereld heeft een oordeel, maar vaak ook de beroepsgroep zelf. Terecht soms, maar het raakt me ook. Het is wel mijn mooie beroep en wat ben ik er trots op dat ik dit werk mag doen.

Ik heb besloten om voor mijn werk in de zorg een aparte blog bij te houden. Ik zal de blogs die op mijn vorige blog staan en over de zorg gaan hier ook op plaatsen. Vervolgens hoop ik je mee te nemen door de wandelgangen van de zorg.

Een rondje om de zorg!