Poep en zo (2)

‘Ik moet bevallen, ik moet bevallen’ riep ze ineens uit, terwijl we haar aan het verzorgen waren. Ze was in paniek, maar wij bleven kalm en we moesten er ook wel een beetje om glimlachen. Bewoonster van negentig jaar, die het uitroept dat ze moet bevallen. ‘Pers maar’ zei ik. Dat leek me logischer dan te zeggen dat ze niet meer bevallen kon. Dus perste ze. Met dat de ontlasting er was, werd mevrouw rustiger en was het goed.

Foto gemaakt door Diane Oelen

Het is trouwens niet alleen maar ‘Poep en zo‘ in de zorg. Het is er wel. Ik kan het netjes defecatie noemen (‘def’ zoals wij het vaak noemen) of ontlasting, maar bij poep is het voor iedereen duidelijk. Poepen doen we allemaal. Praten over poep doen we normaal gesproken niet zo snel. Zeker niet tijdens het eten of koffiedrinken. Alhoewel…..

Vanmiddag hebben we er als collega’s uitgebreid over gesproken, zo na de overdracht in het geklets dat er nog was. We zaten op het het balkon en bespraken de types ontlasting. Wil je weten of het defecatiepatroon optimaal is, moet je dit bijhouden in je rapportage. Je kijkt niet alleen naar de hoeveelheid (weinig, normaal, veel), maar ook naar het type. Zo is er bij type 1 sprake van losse harde keutels en vertelt type 7 je dat je de eventueel voorgeschreven medicatie voor de stoelgang wel mag overslaan die dag. Bij type 7 is het namelijk heel vloeibaar.

Foto gemaakt door Diane Oelen

Als beelddenker zie ik er graag een plaatje bij en laat dat er nou ook zijn. Een poster waar al die types in beeld zijn gebracht. Daar keken we als collega’s geamuseerd naar en we lazen hardop voor wat er stond: ‘Als een worst, maar met barstjes aan de buitenkant‘ en ‘zachte en papperige delen met niet definieerbare randen…..’

Verderop zat een bewoner en naast hem was net zijn vrouw gaan zitten. Ze keek ons verbaasd aan, terwijl de koffie voor haar stond. We hebben haar netjes uitgelegd waar we het over hadden. Ze kon er gelukkig wel om lachen.

Als zorgverleners zijn we gewend aan poep, ongeacht het type. Nee, het is echt niet altijd een pretje, maar het hoort er gewoon bij. Dat is voor naasten natuurlijk niet zo, laat staan voor de bewoners zelf. Laatst sprak ik er met een collega uitgebreid over. Er zijn zoveel dingen die we soms onbewust doen, omdat we het zo vanzelfsprekend vinden. Als voorbeeld kwam de toiletgang ter sprake. Hoe vaak sluipt het er niet in dat je een bewoner op het toilet helpt en dat je ondertussen de kleren voor de volgende dag klaar legt of het gebit alvast poetst aan de wastafel. Met de rug naar de bewoner toe, maar toch….

Foto gemaakt door Diane Oelen

Zou je dat zelf prettig vinden?

We kwamen beide tot de conclusie dat we het gênant zouden vinden. Op het toilet wil je privacy. Niet alleen om de geluiden en de geur. Het is een moment waar we anderen niet naast ons willen hebben. Juist bij bewoners met dementie, is het zó belangrijk dat jij je inleeft in de beleving van de ander. Ook als het om de toiletgang gaat. ‘Hoe zou ik dat zelf willen?’ en het antwoord weet ik wel. Dan wil ik dat de zorgverlener weg gaat, mij de ruimte geeft en de rust om op het toilet te doen wat ik moet doen zonder het gevoel te hebben dat de zorgverlener ongeduldig aan het wachten is. Het sluipt er zomaar in en het is soms zo logisch dat het gaat zoals het gaat. Ik hoor het mezelf ook zo vaak vragen: ‘Bent u klaar?’, maar hoeveel tijd en rust gaf ik mijn bewoner eigenlijk?

Poepen is kwetsbaar. Poep is kwetsbaar. We staan er als zorgverleners letterlijk met de neus bovenop. Met onze professionele blik kijken we naar vorm, kleur, hoeveelheid. Dat doen we bijna automatisch en we rapporteren wat af als het daarover gaat. Tegelijk is het belangrijk om je bewust te blijven van de kwetsbaarheid. Van het intieme dat er bij komt kijken, de schaamte en het ongemak. Ongeacht wie je voor je hebt en hoe zorgafhankelijk iemand ook is, die kwetsbaarheid is er altijd.

De poster met type poep hebben we als collega’s vanmiddag volop bestudeerd. ‘Ik hang het wel naast de koelkast, boven ons bureau zei mijn collega. ‘Handig voor als je aan het rapporteren bent’ en dat is het zeker. Dan kan je zo nu en dan even spieken: welk type was het ook alweer?

‘Liever niet naast de koelkast, niet te zichtbaar’, zeiden we tegen haar. Poep blijft toch iets…nou ja, je begrijpt het wel. Niet iedereen wil al die soorten drollen zien, terwijl hij/zij geniet van een kopje koffie met een plakje koek.

Poep en zo

Poep ruikt niet lekker.
Misschien een open deur, maar wil het graag even kwijt. Waarom? Omdat ik het gemopper op de zorg, en met name de verpleeghuiszorg, zo zat ben. Dat in het wilde weg roepen dat bewoners geen maaltijd krijgen, nooit gewassen worden én de hele dag in hun eigen poep liggen.
Dat laatste vind ik onvoorstelbaar. Misstanden in de zorg zijn er. Op veel plekken is te weinig personeel, maar mensen een dag in hun eigen ontlasting laten liggen, dat kan ik me niet voorstellen.

Het raakt me dat mensen dat beeld hebben.
Ik zie mijn collega’s hard werken, met hart voor de zorg voor hun bewoners. We willen niets liever dan dat de bewoners het naar de zin hebben. En dat is een hele uitdaging op een groep met bewoners met dementie. Bewoners die volledig afhankelijk zijn van onze zorg. Waar ze al zoveel van zichzelf kwijt zijn, proberen we iets van eigenwaarde voor hen te behouden. Dat kan door kleine dingen. Je laat ze de was vouwen of de aardappels schillen. Make-up aanbrengen, omdat ze dat gewend waren. Je zorgt ervoor dat ze schone kleren aanhebben, je maakt de nagels schoon. Je verschoont ze als ze onder de ontlasting zitten.

Je zult altijd zien dat je die ene bewoner net met de tillift uit bed hebt gehaald en in de stoel hebt gezet. Eindelijk achter de kop koffie en dan ruik je ineens wat. Toch ga je weer met de tillift aan het werk, van de stoel weer in bed. Natuurlijk krijgt mevrouw een schoon incontinentiebroekje (wij spreken niet van luiers) aan. Natuurlijk!

Zorg is niet alleen verschonen, gelukkig niet. Tussendoor heb je tal van mooie momenten. Vorige week probeerde ik het kunstgebit bij een bewoonster in te doen. Hij zat er niet goed in, zeg maar scheef. Daar moesten we samen om lachen. Na de tweede poging, pakte ze me ineens vast. Voor ik het wist kreeg ik een dikke zoen op mijn wang. Of dat gesprek met de ander, waarin flarden van verleden naar boven worden gebracht. Het compliment voor de gekookte aardappelen en de slabonen. De hand in mijn hand, zomaar.

Zorgen is mooi, als je naast de afhankelijkheid van mensen, dat ook hun gedrag kan bepalen, een mooi mens kan ontdekken. Een uniek mens, met zijn eigen levensverhaal.

Ik kan me niet voorstellen dat er plekken in Nederland zijn waar bewoners die zorg niet krijgen. Waar niet dagelijks een warme maaltijd wordt gegeven, verschoning als dat nodig is, aandacht. Kan dat? Vreselijk! Ik zou er niet kunnen werken. Ik baal en ik schaam me als er weer negatieve geluiden zijn over de zorg. Het doet zo tekort aan het mooie vak dat verplegen en verzorgen is. Een vak waar ik trots op ben!

Zorgen voor mensen is meer dan poep en zo…(wat vaak gezegd wordt) Zorgen doe je met je handen én met je hart. Ga maar eens koffiedrinken bij een verzorgingstehuis of verpleeghuis bij jou in de buurt. Meld je aan als vrijwilliger! Maak een praatje, doe een schaakspel, ga wandelen buiten met een bewoner. Kijk, en kijk je ogen uit!

(Blog geschreven 22 mei 2015. Het was een reactie op alle negatieve geluiden over de zorg in het verpleeghuis. Deze blog is veelvuldig gelezen en riep ook reacties op!)