Lasergamen in het verpleeghuis

Het was superdruk in mijn nachtdienst. Ik heb wat afgedraafd. Ten eerste lag er een bewoner op sterven. Om haar bed stonden vijf familieleden en ze waren erg luidruchtig aanwezig. Naar elkaar, naar de bewoner en vooral ook naar mij. Ze kwamen steeds weer de gang op lopen om al schreeuwend een vraag te stellen. Ik probeerde heel geduldig te blijven, maar ik was druk bezig om een andere bewoner te zoeken die we kwijt waren.

Of dat nog niet genoeg was, werd ik door een collega er op aangesproken dat ik vergeten was de medicatie te delen. Alle bewoners hadden die dag geen medicatie gehad. Dat vond ik onvoorstelbaar. Hoe had ik dat kunnen vergeten? Terwijl ik daarover nadacht bleef de familie vragen stellen, had ik mijn bewoner nog niet terug en stond een andere collega in de gang en weigerde me te helpen. Ze was aan het lasergamen met de overige bewoners. Inderdaad, ze stond daar stoer met haar geweer in de hand en ik maar rondrennen. Die medicatie…

…toen werd ik wakker. Ik mijmerde nog na en voelde me intens schuldig, omdat ik dat vergeten was. Totdat ik me realiseerde dat het allemaal maar een droom was. Gelukkig maar!

Ik schrijf graag over de parels in de zorg, er zijn al genoeg negatieve geluiden over de zorg. Zeker de verpleeghuiszorg wordt soms weergegeven op een manier die ik niet herken in de praktijk. Uiteraard moet je niet de ogen sluiten voor wat anders kan en beter en zijn de tekorten in personeel voelbaar. Dat neemt niet weg dat er veel goed gaat en dat verzorgenden en verpleegkundigen met veel liefde en vanuit hun professie het werk uitvoeren.

Eerlijk is eerlijk, er gaat ook wel eens wat fout. Het blijft mensenwerk. Dat gevoel waarmee ik wakker werd, is een herkenbaar gevoel. Niet zo overdreven dat ik een hele medicatieronde ben vergeten, maar je merkt wel eens dat je tekort bent geschoten. Het overkomt iedereen in de zorg wel eens. Dat is geen fijn gevoel.

Los van grote fouten die gemaakt worden, die niet horen, kan het ook in het klein zijn dat er iets niet goed gaat. Ik denk dat het herkenbaar is dat je een medicatie op de medicatielijst vergeet af te tekenen, dat je een tablet vergeet te geven. Dat is niet goed, maar het gebeurt. Als je nagaat waar dat aan ligt, is het vaak dat je werd afgeleid, of je liet afleiden.

In mijn droom stond er een hele horde familie naar me te schreeuwen en vragen te stellen. Gelukkig is dat in mijn geval niet de realiteit. Je zou soms wel meer willen en meer kunnen doen voor familie. Je probeert de rust en de tijd te hebben om naasten bij te staan, juist bij een sterfbed. Je probeert hartelijk te zijn, gastvrij. Toch, in de drukte van alles waar je aan moet denken, overkomt het je wel eens dat familie dat anders heeft ervaren.

Ja, laten we wel wezen, we zijn ook maar mensen. Je neemt jezelf altijd mee naar het werk. Op een afdeling met bewoners met dementie kom je daarin jezelf tegen. Als jij gespannen en druk bent in je hoofd, voelt een bewoner dat haarfijn aan. Met jouw rust, kan een bewoner ook tot rust komen. Als je daar bewust van bent, loop je soms even een andere kant op, tel je tot tien om vervolgens weer naar de bewoner te gaan die voor de zevende keer dezelfde vragen aan je stelt.

Herkenbaar?

In een scholing over dementie spraken we hierover met elkaar als team. Toen we dat uitspraken naar elkaar, luchtte dat op. Te merken dat je collega’s daar ook wel eens tegenaan lopen, maakte minder onzeker. Het lag ineens open op tafel en het mocht er zijn.

Het is mooi als je in een team werkt waar die veiligheid er is. Als je kan aangeven waar je tegenaan loopt en wat je graag wil leren. Als een collega je kan aanspreken op iets, zonder dat jij je aangevallen of afgewezen voelt. Tegelijk ook ruimte is om elkaars kwaliteiten te herkennen en te benoemen.

Gelukkig was mijn droom maar een droom. Alhoewel….lasergamen met bewoners in de gangen van het verpleeghuis. Wat een leuke activiteit zal dat zijn!

Raak me aan!

‘Blijf doorgaan!’ en dat zei ze heel dwingend! Dus ging ik door met het strelen van haar hand. Mevrouw was stervende en terwijl ik naast haar bed zat, midden in de nacht, herhaalde ze de vraag of het wel goed zou komen met haar. Ze had teveel mensen gekwetst in haar leven, was streng geweest naar anderen en met haar gedrag anderen afgewezen. Het was een statige dame en ze wilde dat ik naast haar zat en haar hand streelde. Dus dat deed ik, terwijl ik luisterde.

De nacht vorderde en mevrouw sliep. Ik liet haar hand los. Ineens was ze weer wakker. ‘Doorgaan!’ zei ze gebiedend. Ik ging weer zitten, pakte haar hand, streelde en ze werd rustig. Ze zuchtte nog één keer en ze stierf. Dat was een bijzonder moment.

In het hospice heb ik gemerkt en geleerd hoe belangrijk aanraken is. Hoeveel waarde sommige mensen hechten aan het vasthouden van een hand, of een streling langs de wang. Sinds ik werk in het verpleeghuis en veel te maken heb met bewoners met dementie, merk ik het ook.

Bij bewoners met dementie staat het gevoel op de voorgrond. Vanuit wat ze voelen, laten ze veel zien en horen. Een mevrouw die onrustig reageert op wat er naast haar aan tafel gebeurt, kan ik geruststellen door mijn hand op haar hand te leggen. Soms komen ze zelf naar je toe. Leggen hun hoofd op je schouder of een arm om je heen: ‘Ik ben zo blij dat jij er bent!’

Je moet er ook voorzichtig mee zijn. Er zijn grenzen aan aanraken. Zowel vanuit je professie zijn er grenzen als vanuit de wens van de bewoners. Sommige bewoners willen niet aangeraakt worden en daar moet je zorgvuldig mee omgaan. De ene zorgverlener raakt een bewoner eerder aan dan de ander. Fysiek contact ervaart iedereen verschillend. Goed om daar bewust van te zijn.

Ooit zag ik een filmpje van een verzorgende die een bewoonster met dementie in een rolstoel vooruit reed. Omdat mevrouw door haar dementie geen besef had dat er iemand achter haar was, was dat angstig. Stel je maar eens voor dat je vooruit gereden wordt en niet beseft dat er iemand is die je stuurt en leidt. Al rijdend lag de hand van de verzorgende op de schouder van de bewoonster. Dat gaf veiligheid. Het sprak de taal uit van: ‘Ik ben er wel, ik ben bij je!’

Sinds kort hebben we in het verpleeghuis waar ik werk de CRDL. Dat is een instrument dat aangeraakt wordt door de bewoner en nog een persoon. Daardoor is er muziek hoorbaar. Als je de ander met je andere hand aanraakt, reageren de geluiden en tonen daarop. Ik ben erg blij met de CRDL. Het maakt onverwachts contact mogelijk met bewoners die diep verzonken zijn in de dementie, maar het raakt ook bewoners die niet goed weten hoe ze zich kunnen uiten. Het tovert een lach op hun gezicht!

Dit weekend liet ik de CRDL uitproberen door een dochter van een bewoonster. Soms zijn de bezoeken aan moeder moeilijk. Waar heb je het over met elkaar, wat kan je doen? Beide handen lagen op de CRDL en de tonen deden hun werk. De hand die de ander streelde.

Ik weet dat we als zorgverleners met veel bezig zijn in de zorg en we zijn druk en hollen wat af. Toch is dit bij deze bewoners en bij zoveel andere doelgroepen, zo waardevol. Een rustpunt voor beiden. ‘Jouw hand, mijn hand en ik raak je voorzichtig aan. Sluit maar je ogen, wordt rustig, wordt kalm.’

De vrouw in het hospice dwong me bijna om haar aan te raken. Veel bewoners met dementie schreeuwen om aangeraakt te worden, maar kunnen dat niet uiten. Bij beiden is het de roep om veiligheid, nabijheid en contact. Een roep om gezien te worden en gehoord. De roep op sommige momenten: ‘Raak me aan!’

Voor info over de CRDL: https://crdlt.com/ of filmpjes: https://vimeo.com/crdl