Ik zorg voor jou!

‘Ik zorg voor jou’

Aan het begin van je leven, als je net geboren bent. Mijn handen die je pakken en je aan de borst leggen van je moeder. Ik baad je, ik wieg je als je huilt. Ik zwaai je uit als je in je maxi cosi bij je moeder op schoot het ziekenhuis verlaat. Trotse papa bij je.

Ik zorg voor je als je na een ongeval gewond op straat ligt of hulp nodig hebt na een hartaanval. Ik zorg voor je als je aan het infuus moet. Als je de injectie krijgt waar je zo tegenop ziet, de kuur waar je zo beroerd van wordt. Als jij je niet redden kan, was ik jou. Ik ondersteun je waar ik kan, ik praat met je. Wat hebben we samen soms mooie gesprekken.

20170512_134347

Ik zorg voor je, als je boos bent en bang. Als de wereld zo donker lijkt en de pijn van het verleden nog steeds het heden bepaalt. Dan mag je hier zijn, hier mogen stiltes vallen, mag je even tot jezelf komen. Hier zorg ik voor jou, als het thuis niet langer gaat.

Ik zorg voor je. Als je ouder bent, als de hulp meer wordt. Ik kleed je aan, ik kam je haren in model. Ik zit naast je als je ’s nachts de slaap niet vatten kan en maak een beker melk voor je warm. Als je geheugen flarden worden, als maskers afvallen en zelfs je eigen ik verdwaalt, dan pak ik je hand. En als je stervende bent, ben ik dichtbij. Ik zorg voor jou en je naasten.

Ik zorg voor je. Zoveel mensen die dat door hun vak mogen zeggen en denken. Werken in de zorg, is zorgen voor de ander. In soms hele kwetsbare situaties, op het randje van het leven en de dood. In alle drukte van het werk en negativiteit (het is niet alleen Poep en zo.) die er soms overheen hangt, is het wel een mooi beroep. Het is zorg verlenen en niet afgeremd worden door wie iemand is als persoon. Ras, religie, beroep of geaardheid, dat maakt niet uit. In de zorg is er altijd iemand die voor je klaar staat en laat zien en merken: ‘ik zorg voor jou!’

(Geschreven: 12 mei 2017)

Dag van de verpleging (overpeinzing in de nacht)

Klamme hand in mijn hand.
Broos lichaam tussen de witte lakens.
Onregelmatige ademhaling, ik merk het op als ik naast je zit.
Lippen vochtig gemaakt met een klein sponsje, drinken gaat niet meer.

Stilte om ons heen.
Donker met een klein licht van de schemerlamp.
Stilte, jouw fronsen en jouw zwijgen.
Wat gaat er door je heen?

Wie ben ik dat ik naast je mag zitten?
Zo dichtbij.
Op de grens van het leven, op het randje van de dood.

Tijd om bij je te zitten,
om er voor je te zijn.
Om er te zijn voor de anderen,
die vragen om een glas water,
even praten, lopen naar het toilet
verzachting van de pijn
ik mag er voor ze zijn

Ik kom bij jou terug
de stoel is vrij naast jouw bed.

Vandaag is het de dag van de verpleging.
zorgmedewerkers worden in het zonnetje gezet
Waar vaak geen tijd meer is, geen ruimte voor aandacht
Wisselligging, verschonen en snel weer door
Wel aandacht en tijd willen geven, maar de bel gaat alweer.

Terwijl ik naast je zit
jouw klamme hand in mijn hand
besef ik des te meer wat een mooie baan dit is.

(Deze blog schreef ik 12 mei 2014. Ik werkte toen nog in het Hospice.)