Kijk eens!

‘Koude handen, warme liefde’ het is één van de uitdrukkingen die in mijn hoofd gebeiteld zit. Als ik de uitdrukking hoor, zie ik meteen de bewoner erbij die dit altijd zegt. Zo heb ik al heel wat zinnen in mijn hoofd, die voorheen onbekend voor me waren, maar die ik nu zo meedreun.

‘Kijk eens naar de poppetjes van mijn ogen, kijk eens naar het kuiltje in mijn kin’ we zingen het luidkeels mee. Dat ik protestants ben, maakt het wat makkelijker om ook de christelijke liederen mee te zingen. ‘Er ruist langs de wolken…’ ik zing het samen met mevrouw en ze heeft tranen in haar ogen staan. ‘Mooi he?’ zeg ik en ze knikt. Rode blosjes op haar wangen.

Op muzikaal gebied heb ik inmiddels al heel wat bijgeleerd en associaties opgebouwd. Zo schreef ik al eens een blog over Andre Rieu. Hoe mooi de muziek ook is, maar bij het horen ervan ben ik meteen in de huiskamer van de woning waar ik werk. Ik zie de gezichten van de bewoners. Sommigen in zichzelf gekeerd en anderen wiegen mee op de muziek. Ze genieten.

Naast muziek, hoor ik ook verhalen. Bewoners kunnen smakelijk vertellen over wat ze vroeger kookten en vooral hoe. Toen ik ooit baklever moest bakken en dat nog nooit eerder gedaan had, zocht ik niet op internet, maar vroeg het aan een bewoonster. Haar gezicht begon te stralen, want baklever lustte ze heel graag. Toen ik plakken wilde snijden, wees ze me streng terecht. ‘Veel te dik!’ en dus sneed ik ze dunner.

Bewoners komen met verhalen. Vanuit hun wereld en hun verleden. Het kost even moeite om dat verhaal naar boven te krijgen, maar ik luister er graag naar. Of het om het werk van manufacturier of bakker gaat, de eerste liefde of om de vakanties in de Alpen. Het is mooi om die beelden te vangen en de mens achter de dementie te zien.

Het mooiste daaraan is dat de bewoner zelf er zo van gaat stralen. Zo vertelde een bewoner ooit vol passie hoe het werk in de slagerij was. Waar de andere bewoners bijna vol walging haar aanstaarden, deed zij voor hoe ze een varken ving. ‘Ik pakte ze zo bij het staartje beet…..’ en ze lachte er luidkeels bij. Ze was weer even terug in de slagerij en het gaf haar zoveel voldoening en blijdschap.

‘Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen….’ ik weet bij wie dat een glimlach op het gezicht kan toveren en bij wie de arm even omhoog gaat om mee te dirigeren. Dat leer je niet in je opleiding, maar dat leer je door te luisteren naar je bewoners en zelfs in het zwijgen de twinkeling te zien.

Beste André

Beste Andre,

Hoogst ongebruikelijk dat ik een blog naar iemand persoonlijk schrijf. Mijn collega opperde het en ik vond het wel een leuk idee. We hadden namelijk een stagiaire die totaal niet wist wie jij was. Daar waren wij als doorgewinterde Andre Rieu luisteraars uiteraard erg verbaasd over. Wie kent Andre Rieu nou niet?

Niet dat we ooit naar een optreden van jou zijn geweest en ik denk dat ik dat ook niet snel zal gaan doen. Dat is niet lelijk bedoeld. Volgens mij ben je een erg vriendelijke man. Het is alleen zo dat ik iets te vaak naar je muziek luister. Alle liederen van Strauss herken ik uit duizenden en dat allemaal door jouw muziek. Toen deze week het carillon van het gemeentehuis ook een ‘Straussje’ ten gehore bracht, gingen mijn haren rechtovereind staan. Ik had namelijk een vrije dag en muziek van Andre Rieu past daar niet in.

kopje (2)

Andre, op veel momenten ben ik wel heel blij met je. De bewoners van onze afdeling (afdeling voor bewoners met dementie) zijn dol op je optredens. Ze genieten van je vioolspel, van het orkest en de mooie jurken die de dames dragen. Ze zijn elke keer weer verbaasd over de hoeveelheid mensen die er te zien zijn op het Vrijthof en ze manen de anderen tot stilte als ze teveel geluid maken.

De dvd’s van Andre Rieu worden grijs gedraaid hier! We proberen ook wel andere dvd’s, maar niets haalt het bij jouw zwierige en uitgelaten concerten. Het is een feest op zich en onze bewoners genieten daarvan mee. Hoewel ik buiten mijn werk om geen ‘Andre Rieu’ kan horen, ben ik blij met je muziek. In plaats van te mopperen, zou een ‘dank je wel’ dus wel op zijn plaats zijn.

Jouw muziek brengt heel vaak rust in de groep van bewoners, daar waar het soms ook heel onrustig kan zijn. Dat momentje van rust, van met elkaar kijken en luisteren achter een kopje thee of koffie, dat zijn genietmomentjes. Ook voor ons als zorgverleners.

Ik vroeg het me af of je dat weet?

Ik zie op tv de pleinen vol staan met mensen die naar jou luisteren. Fans. Weet je wel dat er een grote groep mensen is die ook fan van je zijn? Ze kopen geen kaartje voor een optreden, ze staan niet op dat plein. Als je op de groep een kop koffie zou komen drinken (altijd welkom), herkennen ze je waarschijnlijk niet.

En toch…

Ik denk, ik weet wel zeker, dat jouw grootste fans onze bewoners zijn!

(Deze brief schreef ik 25 januari 2019 aan André Rieu. Onze bewoners zijn echt fan van zijn muziek).