Verdwaald

Aan de arm van een buurtbewoner kwam ze onze zorginstelling binnen. Mevrouw was wat verward en ze wilde de drukke weg oversteken. Omdat buurtbewoner het niet vertrouwde nam ze haar mee naar ons. Mevrouw woonde hier echter niet. We hebben haar een kop koffie gegeven. Terwijl een collega probeerde iets meer van mevrouw te weten te komen, belde ik de politie.

Mevrouw was heel vriendelijk en ze vond het maar wat fijn dat ze nu lekker warm bij ons zat. Na een tijdje kwamen er twee agenten binnen. Waar wij al pratend iets meer over mevrouw wisten, haalde meneer agent met een druk op de knop haar adres naar boven. ‘Tja mevrouw’ zei de andere agent ‘u moet natuurlijk wel altijd uw identiteitsbewijs bij u hebben!’ Vol verbazing keek ik deze agent aan. Het was toch overduidelijk dat deze mevrouw daar niet aan had gedacht toen ze op stap was gegaan. Het was al dieptriest dat mevrouw zo verward en gehuld in haar verleden, zo’n eind had gelopen. Zoekende de weg, verdwaald geraakt. Natuurlijk had deze agent wel gelijk, maar het was zo misplaatst in deze situatie.

img_0389

Zo gaan wij als mensen ook vaak met elkaar om. Onbewust. Zoveel mensen zijn verdwaald in hun gevoelens, hun zorgen en verdriet. Verdwaald in relaties, in geloof en vertrouwen en in hoop op een betere toekomst. Dan wijzen we de weg met de geijkte teksten en bieden we troost door vooral het positieve aan te raken. ‘Tel je zegeningen…’ wordt vaak gezegd, terwijl je al tellende juist de grenzen had bereikt.

Als jij verward bent en gevangen zit in je verdriet en angst, is de hand op je schouder een steun in de rug. Is het fijn als er iemand is die je aanspreekt en je vraagt of je hulp nodig hebt. Is het soms alleen maar nodig dat er koffie wordt gezet en je de warmte mag voelen van aandacht en een luisterend oor. In een gebroken wereld ligt er geregeld wat aan scherven.  Daar mag je als medemens voorzichtig mee omgaan. Gevouwen handen omsluiten de pijn, opgeheven vingers benadrukken de scherpe randen.

Deze mevrouw mocht met de agenten mee. Zij brachten haar weer thuis. Ze keek eerst wel angstig. Hoezo meegaan met twee agenten? Ik liep met haar mee tot aan de auto. Zo aan mijn arm durfde ze wel.

Je hoeft als medemens soms alleen maar iemand aan de arm mee te nemen. Gewoon even naast iemand zitten en staan. Luisteren zonder oordeel. Een klein beetje warmte in een web vol verwarring.

Naast wie sta jij vandaag?

(Geschreven: 16 november 2016 nadat een mevrouw verdwaald was en het verpleeghuis binnenwandelde.)

Werken in de zorg (of bij de bakker)

‘Waarom wil je in de zorg werken?’ vroeg mijn begeleider tijdens een stage. Ik zei meteen:’omdat ik graag met mensen wil omgaan!’ Ik had beter wat langer kunnen nadenken, want mijn begeleider antwoordde direct: ‘ Dan kan je net zo goed bij de bakker achter de toonbank gaan staan.’

Ik heb het altijd onthouden. Het is een vraag geworden die ik zelf ook wel eens stel aan stagiaires. ‘Waarom wil je werken in de zorg?’

Mijn kinderen vragen het zich ook af. Als ze wel eens meegaan naar mijn werk, kijkt het ene kind de ogen uit, de ander vindt het maar vreemd en eng. Bewoners die steeds weer hetzelfde aan je vragen, die je aanraken, die amper kunnen praten, of bewoners die niet begrijpen waarom ze hier zijn. Verhalen over wonden, ontlasting en vage ziekten, zijn ‘not done ‘ volgens de meerderheid hier in huis. ‘Waarom wil jij werken in de zorg?’

Vandaag had ik een vroege dienst. We hielpen een bewoner. Puur afhankelijk van andere handen. Geen besef van tijd, geen lijn in de verhalen, geen mogelijkheid om de stappen zelf te zetten. Samen met een collega verzorgden we haar. ‘Wat moeten ze toch zonder ons?’ zei ze, zonder dat er sprake was van vragen om een schouderklop. Gewoon dat gevoel uitsprekend dat je wel eens overvalt als je de hulpeloosheid aantreft.

‘Zonder ons, moeten de kinderen zorgen’ zei ik. ‘Als die er dan niet zijn?’ vroeg mijn collega, ineens heel serieus. ‘Tja, dan zijn de buren aan de beurt’ zei ik maar. We zorgden samen verder.

Juist in het kwetsbare, wil ik zorgen. Waar lijden is, waar leven broos is en gebroken en waar gedachten vervagen. Waar de vragen zijn, de pijn, de twijfel, de kleinheid zomaar bovenkomt. Dat kan op heel veel manieren en op heel veel gebieden. Ik ben blij dag ik dat vorm mag geven in de zorg….en niet bij de bakker. Hoe leuk dat misschien ook is.

Ik pak haar hand, ik strijk de lakens glad. Het is eigenlijk niet de vraag waarom je wil werken in de zorg. Mijn vraag zou zijn: ‘Waarom niet?’

(Geschreven: 15 maart 2016)