Tijdens mijn stage in het ziekenhuis werkte ik op de afdeling vaatchirurgie. Een leerzame stage. Ik kan me met name de patiënten herinneren die een amputatie hadden ondervonden van een onderbeen of van een voet.
Het aanleren van de technische handelingen stond op de voorgrond tijdens deze stage. In de psychiatrie en gehandicaptenzorg kwamen bijvoorbeeld infusen niet voor. De stage in het ziekenhuis was daar heel geschikt voor. Zo ook het verzorgen van wonden. Dat kon ik volop leren op deze afdeling.
Eén patiënt verbleef daar al de tijd dat ik daar stage liep. Hij lag op een kamer alleen en had een wond aan zijn onderbeen. Geen kleine, nee een hele diepe wond over bijna de gehele lengte van zijn onderbeen. Elke dag moest deze wond uitgespoeld worden en opnieuw verbonden worden.
Veel collega’s schoven deze taak naar mij toe, omdat het tijdrovend was. Ik vond dat niet erg. Het was een secuur werkje. Eerst met een pincet al het verbandmateriaal uit de wond halen, daarna spoelen en vervolgens opnieuw verbinden.

Deze patiënt is me bijgebleven. Hij lag daar maar op zijn kamer, was heel kalm en beheerst aanwezig en keek rustig toe terwijl ik bezig was. Zijn handen samengevouwen, berustend. Ik kan hem voor je uittekenen, zo goed is hij in mijn geheugen blijven hangen. Ik kan de geur van het spoelmiddel oproepen. Ik kan het voldane gevoel bij me naar bovenhalen dat ik had bij het zien van het effect van de verzorging op de genezing. Langzaam, maar toch…
Toch mist er wat. Iets waar ik toen minder in meegenomen werd of misschien minder bewust van was. Hoe goed ik me deze meneer ook herinner, ik weet niet goed wie hij als mens was. Hoe was het voor hem om daar al zo lang te verblijven, op dat kamertje in de hoek van de gang? Heb ik me gefocust op mijn taak of had ik ook aandacht voor hem?
Ik zie vooral de man in zijn geruite pyjama op bed en ik die ernaast zit op een krukje. Ik zie mezelf die haar best doet om de wond goed te verzorgen, netjes zoals het hoort. Opperste concentratie. Wat zou hij wel niet gedacht hebben van die stagiaire die, net zo zwijgzaam als hij, daar zat naast zijn bed?
Een moment in de ochtendzorg, moment waar collega’s maar wat blij waren dat ik de intensieve verzorging van de wond overnam. Met de ervaring van nu had ik meer willen vragen aan deze meneer. Was ik tijdens mijn taak ook meer het gesprek met hem aangegaan. Nu lag de focus op die grote en indrukwekkende wond, want dat was het zeker. De wond verzorgen, kon ik inmiddels wel.
Met de ervaring van nu zou ik het anders doen en zoveel meer vragen stellen en misschien ook wel niet. Misschien vond hij het juist wel fijn die stilte tussen ons. Dat wist ik dan, dan was het ook goed. Dan had ik in ieder geval me verdiept in hem als persoon en was hij meer dan de man met de wond in het kamertje op de hoek van de gang. Zoveel meer dan dat.
Wie was hij?



