Briefje voor mij!

‘Weer geen briefje voor mij’ zei ik lachend en ik keek naar alle briefjes op het prikbord. In de tijd dat ik stage liep, in dit geval binnen de psychiatrie, communiceerde je nog niet met de mail of via de mobiele telefoon. Wilde je iets doorgeven aan je collega, bijvoorbeeld om een dienst te ruilen, schreef je een briefje en prikte die op het prikbord. Zo hingen er geregeld briefjes met diverse voornamen aan de wand.

Als stagiaire maak je een periode onderdeel uit van een team. Ik kijk terug op leuke en leerzame stages, maar ik weet ook nog goed wat minder prettig liep. Zo was mijn allereerste stage in het verpleeghuis. Ik kwam op een afdeling terecht met bewoners in een vergevorderd stadium van dementie. Dat vond ik, als meisje van 19 jaar, confronterend. Hoewel verwachtingen uitgesproken waren, ging de begeleider er van uit dat ik al heel veel kon. Ik volgde immers de opleiding HBO-v. Ik kreeg een washand in mijn hand gedrukt en werd aan het bed van een man neergezet. Dan is het oefenen met een pop tijdens de opleiding toch écht wel anders dan de praktijk.

Een mooie ervaring was een moment tijdens mijn stage in het ziekenhuis, toen ik voor het eerst mocht meehelpen bij het afleggen van een overleden patiënt. ‘Kijk eerst maar en voel maar, voel maar hoe het voelt als iemand overleden is’ zei mijn begeleider en voorzichtig raakte ik de arm van de vrouw aan. Het was voor mij de eerste keer dat ik zo dichtbij een overleden persoon stond. Ik neem die ervaring nog altijd mee naar de begeleiding van stagiaires. ‘Voel maar eerst, kijk maar rustig, neem de tijd.’

Het is fijn als je als stagiaire ervaart dat je tijdens je stage onderdeel bent van het team waar je werkt. Kort na mijn stage op de ambulance trouwde ik. Toen we bij het stadhuis kwamen, stond daar een ambulance met loeiende sirenes. Ze hadden een rit zo geregeld dat twee collega’s vanuit Zwolle ook in Hengelo ons konden feliciteren. Dat vond ik bijzonder en ontzettend leuk.

Stagiaires zijn waardevol. Ze zijn je nieuwe collega’s en juist voor de zorg zo ontzettend belangrijk. Het sluipt er door de drukte zomaar in dat ze meewerken, terwijl ze er vooral zijn om te leren. Om kritische vragen te stellen, om je te laten nadenken over waarom je je werk zo doet zoals je het doet. Stagiaires dagen je uit om je werk anders aan te pakken, om open te staan voor dat wat zij leren tijdens de opleiding. Tegelijk is het mooi om ze te motiveren en te enthousiasmeren voor het werken in de zorg. De verdieping daarin mee te geven en de rugtas vol ervaringen te vullen. Om herinneringen mee te geven die ze weer kunnen overdragen als ze zelf stagiaires gaan begeleiden.

Zelf wilde ik nooit in een verpleeghuis gaan werken, puur door mijn minder prettige ervaringen tijdens mijn eigen stage in het verpleeghuis. Het is goed gekomen. Ik werk inmiddels in het verpleeghuis en ik heb veel affiniteit gekregen met de zorg aan bewoners met dementie. Ook veel affiniteit met de palliatieve zorg, waarbij de basis is gelegd bij het moment aan dat bed in het ziekenhuis.

Ook met het briefje is het goed gekomen. Tijdens een patiëntenbespreking in het kantoor zit ik tegenover twee medestagiaires. Hoewel het overleg heel serieus is, zitten de beide jongens alsmaar wat te glimlachen. Ze hebben duidelijk ergens heel veel plezier om. Ik voel me wat ongemakkelijk, omdat ik maar niet begrijp waarom ze zo moeten lachen. Totdat mijn blik ineens valt op het prikbord verderop en ik tot in mijn hals rood kleur. Nu beginnen de jongens nog meer te lachen en ik lach mee. Op het prikbord hangen, net als anders, heel veel briefjes. Mijn naam hangt er tussen. Niet op één briefje, nee op alle briefjes staat geschreven: ‘Lydia’.

Werken in de zorg (of bij de bakker)

‘Waarom wil je in de zorg werken?’ vroeg mijn begeleider tijdens een stage. Ik zei meteen:’omdat ik graag met mensen wil omgaan!’ Ik had beter wat langer kunnen nadenken, want mijn begeleider antwoordde direct: ‘ Dan kan je net zo goed bij de bakker achter de toonbank gaan staan.’

Ik heb het altijd onthouden. Het is een vraag geworden die ik zelf ook wel eens stel aan stagiaires. ‘Waarom wil je werken in de zorg?’

Mijn kinderen vragen het zich ook af. Als ze wel eens meegaan naar mijn werk, kijkt het ene kind de ogen uit, de ander vindt het maar vreemd en eng. Bewoners die steeds weer hetzelfde aan je vragen, die je aanraken, die amper kunnen praten, of bewoners die niet begrijpen waarom ze hier zijn. Verhalen over wonden, ontlasting en vage ziekten, zijn ‘not done ‘ volgens de meerderheid hier in huis. ‘Waarom wil jij werken in de zorg?’

Vandaag had ik een vroege dienst. We hielpen een bewoner. Puur afhankelijk van andere handen. Geen besef van tijd, geen lijn in de verhalen, geen mogelijkheid om de stappen zelf te zetten. Samen met een collega verzorgden we haar. ‘Wat moeten ze toch zonder ons?’ zei ze, zonder dat er sprake was van vragen om een schouderklop. Gewoon dat gevoel uitsprekend dat je wel eens overvalt als je de hulpeloosheid aantreft.

‘Zonder ons, moeten de kinderen zorgen’ zei ik. ‘Als die er dan niet zijn?’ vroeg mijn collega, ineens heel serieus. ‘Tja, dan zijn de buren aan de beurt’ zei ik maar. We zorgden samen verder.

Juist in het kwetsbare, wil ik zorgen. Waar lijden is, waar leven broos is en gebroken en waar gedachten vervagen. Waar de vragen zijn, de pijn, de twijfel, de kleinheid zomaar bovenkomt. Dat kan op heel veel manieren en op heel veel gebieden. Ik ben blij dag ik dat vorm mag geven in de zorg….en niet bij de bakker. Hoe leuk dat misschien ook is.

Ik pak haar hand, ik strijk de lakens glad. Het is eigenlijk niet de vraag waarom je wil werken in de zorg. Mijn vraag zou zijn: ‘Waarom niet?’

(Geschreven: 15 maart 2016)