Op reis!

We gaan op reis. Je kan blijven zitten, gewoon blijven zitten. We gaan op reis, reken maar. Het kost je niets, het is helemaal gratis. Heel even geduld en dan ben je waar je wezen wilt. Althans, dat hoop ik maar.

Zullen we dan maar? Vertrouw je mij?

Daar gaan we dan.

Voor we er erg in hebben zijn we al in Amsterdam. Het Rijksmuseum doemt voor ons op en ineens zijn we lopend door kleine straatjes bij je huis aangekomen. Maar het is een ver verleden en de beelden van alle gebouwen en herinneringen, zijn vervlochten met elkaar. De stilte valt en de vertwijfeling.

Je hoeft niet lang te wachten, onze reis wordt door een ander voortgezet. Ze neemt ons aan de arm mee en dan wandelen we langs de Kalverstraat, het paleis op de Dam, de Prinsengracht…..ja, dat zegt je nog wel wat. Ik zie je glimlach weer en je hoofd knikt instemmend, terwijl je nogmaals roert in de koffie.

Ineens zijn we weer in Twente, het stuur is door een ander overgenomen. Bevinden we ons voor het oude ziekenhuis van Oldenzaal. ‘Een prachtig mooi gebouw, daar heerste rust en stilte’ vertelt ze en we dwalen met haar mee door de lange gangen. We worden meegenomen naar de dansschool, waar zij haar eerste danslessen kreeg. Waar ze verliefd werd op haar man en we glimlachen allemaal. Ik zie het voor me, met haar sjaaltje om de hals. Zwierend meisje.

We gaan langs Utrecht, maar het flitst aan ons voorbij. De gedachten en de beelden zijn in mist gehuld. Totdat er ineens een opleving komt. ‘Wat hadden we een mooi weekend! We zijn met elkaar een weekend weg geweest!’ en we volgen niet het draadje, maar de glimmende ogen en het plezier dat we kunnen lezen in haar blik, maakt dat we nog steeds voldoening halen uit onze reis. Haar lach, haar rode blos, een hand op mijn hand.

Onze reis gaat verder. Dwars door Hongarije en we leren hoe we ‘proost’ in het Hongaars kunnen uitspreken. Dat zijn we uiteraard alweer vergeten, maar de pogingen om het goed na te zeggen, houdt ons even bezig. Hij lacht breeduit om onze beroerde uitspraak, terwijl hij herhaalt: ‘Egészégére!’

Ik neem je mee op reis. Ik neem je mee met mijn ene vraag: ‘Waar kom jij vandaan?’ en we genieten allemaal mee als je gaat vertellen. Als jij iets laat doorschemeren van de plaatjes in je hoofd. Waar de één lange verhalen kan vertellen, blijft de ander steken bij de voordeur. Het is goed, we weven al die verhalen aan elkaar. Als een bundel van mooie momenten, waar we samen van genieten. Als blaadjes vol zinnen en foto’s, die neerdwarrelen in ons hoofd.

Ik neem je mee op reis? Nee, jij neemt mij mee op reis. Jij laat mij iets van jouw wereld zien. Ik stap in en jij voert mij mee. In je gedachten en je herinneringen. Het zit in kleine zinnen en flinterdunne momenten. Ik vind ze waardevol. Ik luister graag naar jouw verhalen en opmerkingen. Zelfs als je het met woorden niet kunt uitdrukken, dan geniet je mee van onze reis. Ik zie het aan je ogen, de twinkeling die alles zegt.

Samen op reis. Aan tafel, achter de koffie. Hoe leuk is dat!

Kijk eens!

‘Koude handen, warme liefde’ het is één van de uitdrukkingen die in mijn hoofd gebeiteld zit. Als ik de uitdrukking hoor, zie ik meteen de bewoner erbij die dit altijd zegt. Zo heb ik al heel wat zinnen in mijn hoofd, die voorheen onbekend voor me waren, maar die ik nu zo meedreun.

‘Kijk eens naar de poppetjes van mijn ogen, kijk eens naar het kuiltje in mijn kin’ we zingen het luidkeels mee. Dat ik protestants ben, maakt het wat makkelijker om ook de christelijke liederen mee te zingen. ‘Er ruist langs de wolken…’ ik zing het samen met mevrouw en ze heeft tranen in haar ogen staan. ‘Mooi he?’ zeg ik en ze knikt. Rode blosjes op haar wangen.

Op muzikaal gebied heb ik inmiddels al heel wat bijgeleerd en associaties opgebouwd. Zo schreef ik al eens een blog over Andre Rieu. Hoe mooi de muziek ook is, maar bij het horen ervan ben ik meteen in de huiskamer van de woning waar ik werk. Ik zie de gezichten van de bewoners. Sommigen in zichzelf gekeerd en anderen wiegen mee op de muziek. Ze genieten.

Naast muziek, hoor ik ook verhalen. Bewoners kunnen smakelijk vertellen over wat ze vroeger kookten en vooral hoe. Toen ik ooit baklever moest bakken en dat nog nooit eerder gedaan had, zocht ik niet op internet, maar vroeg het aan een bewoonster. Haar gezicht begon te stralen, want baklever lustte ze heel graag. Toen ik plakken wilde snijden, wees ze me streng terecht. ‘Veel te dik!’ en dus sneed ik ze dunner.

Bewoners komen met verhalen. Vanuit hun wereld en hun verleden. Het kost even moeite om dat verhaal naar boven te krijgen, maar ik luister er graag naar. Of het om het werk van manufacturier of bakker gaat, de eerste liefde of om de vakanties in de Alpen. Het is mooi om die beelden te vangen en de mens achter de dementie te zien.

Het mooiste daaraan is dat de bewoner zelf er zo van gaat stralen. Zo vertelde een bewoner ooit vol passie hoe het werk in de slagerij was. Waar de andere bewoners bijna vol walging haar aanstaarden, deed zij voor hoe ze een varken ving. ‘Ik pakte ze zo bij het staartje beet…..’ en ze lachte er luidkeels bij. Ze was weer even terug in de slagerij en het gaf haar zoveel voldoening en blijdschap.

‘Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen….’ ik weet bij wie dat een glimlach op het gezicht kan toveren en bij wie de arm even omhoog gaat om mee te dirigeren. Dat leer je niet in je opleiding, maar dat leer je door te luisteren naar je bewoners en zelfs in het zwijgen de twinkeling te zien.

Koperpoets en bijenwas

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ zei ze en ze lachte. We hadden oude gebruiksvoorwerpen op tafel liggen, ik poetste koper en de buffetkast was ingewreven met bijenwas. De bewoners op mijn groep genoten er zichtbaar van. De functie van diverse voorwerpen werd me fijntjes uitgelegd. Het petroleumstel, de oude naaimachine, de stoof en de koffiemolen. Het toverde een glimlach op de gezichten.

De bijenwas deed denken aan vroeger en de sterke geur van de koperpoets haalde herinneringen naar boven. ‘Nu denk ik aan mijn moeder, die deed dat ook. Dan moest ik helpen in de winkel. Want kijk, mijn vader had een manufacturenwinkel….’ Zo kwamen verhalen tot leven, flarden verleden door geur naar boven gehaald.

Dat doen geuren. Als ik boenwas ruik, ben ik ook terug in het grote huis waar ik ben opgegroeid. Als de tafels en kasten waren ingewreven, een doekje met bruine vlekken in een rood mandje. Ik ben op Ameland als ik rozenbottels ruik. Die groeiden volop langs de weg waar ons vakantiehuisje stond. Het weggetje waar ik leerde fietsen. Zeelucht, lavendelgeur, de geur van gemaaid gras, het roept beelden op. Een foto in mijn hoofd, een mooie gedachte en soms ook iets waar ik liever niet aan herinnerd word.

Geuren roepen beelden op en beelden vormen verhalen. In de zorg verspreiden we ook wel eens zo’n geurtje rond. Alsof het enkel werkdruk is, onnodig schrijfwerk, protocollen en lijstjes. Alsof we niet toekomen aan waar het in de zorg eigenlijk om draait. Dat stukje aandacht en zorg. Hard werken is het zeker en soms is het hectisch en wordt er veel van je gevraagd. Soms moet je ook het een en ander loslaten en het gewoon even anders doen.

Dus pakten wij vandaag de poetsspullen. ‘Dat heb ik jou nou nog nooit zien doen’ zei een bewoonster iets te bijdehand. Alsof ze doorhad dat ik gele rubberen handschoenen niet wekelijks draag en poetsen zeker niet mijn hobby is. Ze keek keurend hoe ik de boenwas over de kast wreef. Ik kreeg geen commentaar. We hadden een gezellig uurtje onder het genot van een kop koffie. Het geurtje op onze afdeling, was een geur vol nostalgie.

20180323_203728

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ ze zei het zo spontaan en blij. Dat geurtje van de zorg, die mooie momenten van aandacht en contact, is de geur die zoveel fijner ruikt dan al die geuren van gemopper en geklaag. De geur van een glimlach die ineens verschijnt, van rust en oogcontact is een geur dat ik prettig vind om op te snuiven.

Koperpoets en bijenwas. Onze afdeling rook er helemaal naar.

Mooi moment vandaag!

(Geschreven: 23 maart 2018. In vind dit zo leuk om te doen!)