‘Ik leer jou dansen’

‘Ik leer jou dansen’ zegt ze. Het is stil op de groep, de meeste bewoners zijn aan het rusten. De was ligt gevouwen in de wasmand en de koffie pruttelt. Zo’n momentje in de huiskamer, dat je tijd hebt voor één op één contact met de bewoner die nog rondloopt. De bewoner die geen rust vindt en graag jouw aandacht heeft.

Ik vraag haar welke muziek zij mooi vindt. In de ochtend hebben we naar ABBA geluisterd. Ze hadden meegezongen. Sommigen luidkeels en anderen binnensmonds. Een bewoonster zat zwijgend mee te luisteren, maar in haar ogen schitterden lichtjes. Zichtbaar genoot ze. Dat vind ik mooi om te zien. Het is leuk om muziek te luisteren die bewoners herkennen. Zo maak ik de ene bewoner erg blij met liedjes uit de Jordaan, de ander met André Rieu en weer een ander luistert graag klassieke muziek.

‘Welke muziek vind jij mooi?’ vraag ik. Mevrouw moet even nadenken. ‘Ik hou van schlagermuziek’ zegt ze. Dus zoek ik op onze iPad schlagermuziek op. Een andere bewoonster komt bij ons staan, als de eerste muziek door de huiskamer schalt. Ze staan beiden mee te wiegen. ‘Kom’ zegt ze, ze reikt haar beide handen naar me uit, omdat ze met mij wil dansen.

‘Ik kan helemaal niet dansen’ zeg ik grappend, maar tegenstribbelen heeft geen zin en er is zeker geen excuus meer als ze zegt: ‘Ik leer jou dansen.’

Daar gaan we dan, zwierend door de huiskamer met enkel de andere bewoonster als toeschouwster. Lachende gezichten en vrolijke muziek. Dan kan je ook eigenlijk niet stil blijven staan. ‘Je hoeft alleen maar mee te bewegen’ en ze leidt me verder, langs de eettafel en het keukenblok.

‘Je hoeft alleen maar mee te bewegen’ zegt ze. Hoe waar zijn die woorden, juist in de zorg aan mensen met dementie. Meebewegen met hun herinneringen, met wie ze zijn en met hun beleving. Dat is wel een zoektocht en er zijn momenten dat het niet lukt, dat de wereld van de ander onbegrepen is en gesloten blijft. Een uitdaging is het om de openingen te vinden. Waar vind ik de ander en hoe kan ik de ander iets aanbieden waarin hij of zij zichzelf herkent en daar blij of rustig van wordt? Dat de ander zich gezien voelt en waardevol?

‘Ik leer jou dansen’ en ze groeit in haar rol. Ik hoef alleen maar mee te bewegen.

De koffie is er door. Ik ga de koffie inschenken. Het dansen is voorbij, de muziek gaat nog even door. Haar glimlach is er ook nog. Alsof ze in gedachten nog steeds aan het dansen is. Danst op schlagermuziek.